Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14/05/2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;
Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024;
Gelet op het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 30/12/2025;
Overwegende dat de Gemeenteraad op 30/12/2025 het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen heeft vastgesteld;
Overwegende dat het reglement onder meer voorziet in een belasting op de vreemde begravingen; dat elke gemeente dient in te staan voor de begraving van haar inwoners op de gemeentelijke begraafplaatsen, waarbij o.a. moet worden voorzien in de mogelijkheid voor een kosteloze begraving zonder concessie; dat een gemeente niet verplicht is om niet-inwoners te begraven op de gemeentelijke begraafplaatsen; dat zij vreemde begravingen in haar reglementering wel kan toelaten en hiervoor de voorwaarden kan bepalen en dat zij er belastingen of retributies op kan heffen (cf. Vraag nr. 102 van mevrouw K. Schrijvers, VLAAMS PARLEMENT, 2009-2010, 11 december 2009);
Overwegende dat de Gemeenteraad op 30/12/2025 een belasting van 1.000 euro heeft ingesteld op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overschotten, de bijzetting van veraste stoffelijke overschotten in een columbarium en de uitstrooiing van veraste stoffelijke overschotten op de strooiweide van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven; dat de ruimte op de begraafplaatsen beperkt is; dat bovendien de taaklast van de TUD zeer hoog is; dat zowel de beschikbare ruimte op de gemeentelijke begraafplaatsen, als de beschikbare arbeidsmiddelen maximaal moeten worden voorbehouden voor de eigen inwoners; dat het daarom past om vreemde begravingen te ontraden door middel van een belasting en om deze strikt voor te behouden voor niet-inwoners die welbewust en vanuit een zeer sterke overtuiging hebben geopteerd voor een begraafplaats in Zoutleeuw;
Overwegende dat in artikel 4 van het belastingreglement evenwel een aantal vrijstellingen werden bepaald om billijkheidsredenen; dat het hier o.a. de begunstigden van een concessie betreft die op datum van overlijden in een andere gemeente wonen, evenals personen die niet in Zoutleeuw zijn ingeschreven, doch die overeenkomstig artikel 4 van het huishoudelijk reglement in aanmerking kunnen komen voor een kosteloze begraving; dat voorts het college een vrijstelling kan toestaan voor personen die recent naar een andere gemeente zijn verhuisd (bvb. naar een WZC of andere zorginstelling) en die aantoonbare familiebanden hebben in Zoutleeuw;
Overwegende dat voor gewezen inwoners een vrijstelling geldt als zij tijdens hun leven gedurende tenminste 30 jaren ingeschreven zijn geweest in de bevolkingsregisters te Zoutleeuw; dat uit de praktijk blijkt dat deze voorwaarde bij de nabestaanden als te rigoureus en onbillijk overkomt; dat o.a. personen die hun gehele jeugd in de gemeente hebben doorgebracht en van wie de ouders en/of naaste familieleden nog in Zoutleeuw wonen en die bvb. om beroepsredenen naar een andere gemeente zijn uitgeweken niet voor de vrijstelling van de belasting in aanmerking komen; dat zulks door de familie als onrechtvaardig wordt ervaren; dat het billijk voorkomt dat de al dan niet veraste stoffelijke overschotten van de overledenen kunnen worden begraven, bijgezet of uitgestrooid in de gemeente van hun 'roots', in de nabijheid van hun naaste familieleden, kennissen en vrienden; dat het om die reden aangewezen is om de minimale termijn van inschrijving te Zoutleeuw te beperken tot 18 jaar, om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van de belasting op de vreemde begravingen; dat om dezelfde redenen de begunstigden van de vrijstelling moeten worden vrijgesteld van de betaling van het dubbele concessietarief;
Overwegende dat voor wat betreft de retributie voor de ontgraving niet-veraste stoffelijke overschotten moet worden verduidelijkt dat het retributietarief geldt per niet-verast stoffelijk overschot en niet per grafperceel of grafkelder; dat een ontgraving immers een dienstprestatie is die het stadsbestuur levert voor elk te ontgraven stoffelijk overschot en dat de aard van de prestatie en de inzet van arbeidsmiddelen niet verschilt naargelang de te ontgraven stoffelijke overschotten zich in hetzelfde, dan wel in een ander grafperceel bevinden; dat deze verduidelijking nodig is om discussies over de draagwijdte van de betreffende reglementaire bepaling te voorkomen;
BESLUIT:
Artikel 1:
In het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 30/12/2025, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1) Artikel 1 wordt vervangen als volgt:
'Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overschotten, de bijzetting van veraste stoffelijke overschotten in een columbarium en de uitstrooiing van veraste stoffelijke overschotten op de strooiweide van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven.'
2) Artikel 4 wordt vervangen als volgt:
'§1. Zijn vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen:
1) de bijbegraving of bijzetting van het stoffelijk overschot van een begunstigde persoon van een nominatief toegekende concessie
2) de begraving of bijzetting of asverstrooiing van een persoon als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024
3) de begraving of bijzetting of asverstrooiing van een persoon die tijdens zijn leven tenminste 18 jaar in de bevolkingsregisters of het wachtregister te Zoutleeuw was ingeschreven
4) de begraving of bijzetting van de personen voor wie met toepassing van artikel 13 van huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024, een kosteloze concessie van 50 jaar werd toegekend.
§2. De begraving of bijzetting van al dan niet veraste stoffelijke overschotten of de uitstrooiing van veraste stoffelijke overschotten van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven kan na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag worden vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen als de overleden persoon voldoet aan volgende cumulatieve voorwaarden:
- in de laatste tien jaar voor het overlijden minstens vijf jaar in Zoutleeuw ingeschreven geweest zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister of wachtregister van de stad Zoutleeuw
- familiebanden hebben in Zoutleeuw die de begraving of bijzetting op één van de gemeentelijke begraafplaatsen rechtvaardigt.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvragen tot vrijstelling als vermeld in het eerste lid.'
3) Artikel 6, §2, wordt vervangen als volgt:
'§2. Als de concessie wordt verleend voor een persoon die op de dag van het overlijden niet was ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister of het wachtregister van de stad Zoutleeuw en die niet overeenkomstig artikel 4 is vrijgesteld van de belasting op de vreemde begravingen, wordt het toepasselijke retributietarief als vermeld in §1 verdubbeld.'
4) In artikel 9, §2, eerste lid, worden na de woorden '1000 euro' de woorden 'per stoffelijk overschot' ingevoegd.
Art. 2:
De wijzigingen aan het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, als vermeld in artikel 1, treden in werking op 01/09/2026 en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017. Een gecoördineerde versie van het belasting- en retributiereglement wordt gepubliceerd op de website, met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.