Gelet op de artikelen 119, 119bis, 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet van 24/06/1988;
Gelet op de wet van 24/06/2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 21/12/2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het Koninklijk besluit van 14/01/2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9/03/2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen;
Gelet op de Politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen d.d. 28/03/2019;
Gelet op het Protocolakkoord met het Parket d.d. 11/04/2019;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 28/03/2019 houdende de goedkeuring van voornoemde Politieverordening en Protocolakkoord;
Gelet op het ontwerp van de gewijzigde politieverordening;
Gelet op het ontwerp van het protocolakkoord met het Parket;
Overwegende dat het bovenvermeld koninklijk besluit van 14/01/2026 een aantal wijzigingen heeft aangebracht aan het koninklijk besluit van 9/03/2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, waardoor de bovenvermelde politieverordening eveneens moet worden aangepast;
Overwegende dat het opschrift van het koninklijk besluit van 9/03/2014 werd gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de vermelding in artikel 3,3° van de wet van 24/06/2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Overwegende dat het koninklijk besluit van 9/03/2014 in overeenstemming werd gebracht met een aantal wijzigingen in de Wegcode;
Overwegende dat het koninklijk besluit van 9/03/2014 ook werd aangepast aan een nieuwe inbreuk die vermeld werd in de gas-wet namelijk de overtreding van de bepaling betreffende het verkeersbord F111 en aan het feit dat de overtredingen van de bepalingen van de verkeersborden C3 en F103 niet langer moeten vastgesteld worden met automatisch werkende toestellen;
Overwegende dat het Koninklijk Besluit van 14/01/2026 reeds in werking trad op 1 maart jl.; dat de politieverordening niet kon worden aangepast zonder voorafgaandelijk protocol van het parket; dat op 25/08/2026 het parket het nieuwe ontwerp protocolakkoord bezorgde;
BESLUIT:
Artikel 1:
Het opschrift van de politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen d.d. 28/03/2019 wordt vervangen als volgt:
‘politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties’.
Art. 2:
Alle verwijzingen in de politieverordening naar het koninklijk besluit van 9/03/2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen worden vervangen door de bepaling:
‘koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties’.
Art. 3:
Artikel 3 van bovenvermelde politieverordening wordt opgeheven.
Art. 4:
In artikel 6 c en d wordt het woord ‘voertuig’ vervangen door de woorden ‘geparkeerd voertuig’.
Art. 5:
Artikel 6 wordt aangevuld met de bepalingen onder e en f:
e. Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
• de zijdelingse strook
• de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
f. Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
• de zijdelingse strook of
• de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is
Art. 6:
In artikel 8 worden de woorden ‘Fietsen en tweewielige bromfietsen’ vervangen door de woorden ‘Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen.
Art. 7:
In artikel 8 wordt het woord ‘parkeerzones’ vervangen door het woord ‘parkeerstroken’.
Art. 8:
In artikel 8 worden de woorden ‘behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg vervangen door de woorden ‘behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.’
Art. 9:
In artikel 8 wordt tussen het eerste en tweede lid een lid toegevoegd, luidende:
‘De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit
mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.’
Art. 10:
In artikel 9 wordt het woord ‘parkeerzones’ vervangen door ‘parkeerstroken’.
Art. 11:
Artikel 10 wordt aangevuld met de bepaling onder g, luidende:
g. op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Art. 12:
Artikel 11 wordt aangevuld met de bepaling onder k, luidende:
k. op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Art. 13:
Artikel 20 wordt vervangen als volgt:
Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Deze overtreding van de eerste categorie kan worden bestraft met een administratieve geldboete zoals bepaald in artikel 2§1 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, inclusief eventuele wijzigingen’.
Art. 14:
In artikel 22 en 23 worden de woorden ‘wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen’ opgeheven.
Art. 15:
Er wordt een artikel 23/1 toegevoegd luidende:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
Deze overtreding van de eerste categorie kan worden bestraft met een administratieve geldboete zoals bepaald in artikel 2§1 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, inclusief eventuele wijzigingen.
Art. 16:
Er wordt een artikel 27/1 toegevoegd, luidende:
Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
Art. 17:
De raad keurt de gecoördineerde versie van de politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen bedoeld in artikel 3,3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties goed.
Art. 18:
De raad keurt het ontwerp protocolakkoord goed.
Art. 19:
De aangepaste politieverordening treedt in werking op het moment dat het nieuwe protocolakkoord in werking treedt. Op dat moment wordt het oude protocolakkoord opgeheven.
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.