Terug
Gepubliceerd op 07/01/2026

Besluit  Gemeenteraad

di 30/12/2025 - 20:00

Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
Guy Dumst, burgemeester
Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
Sandra Blockx, algemeen directeur
Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet;

Gelet op artikel 464 tot en met artikel 470/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, met latere wijzigingen;

Gelet op artikel 40 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, met latere wijzigingen;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;

Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente, waarvoor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt verantwoord teneinde de nieuwe financiële uitdagingen het hoofd te bieden en de uitvoering van het gemeentelijk beleid te waarborgen;

Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de stad waarin de opbrengsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting voorzien zijn op de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7301000/STAD/CBS/IP-GEEN ten bedrage van de gegevens zoals deze ons werden overgemaakt door de studiedienst van de federale overheidsdienst financiën;

Overwegende dat de gemeenten beschikken over een grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie, die hen toelaat om binnen de grenzen van de door de wetgever opgelegde beperkingen en onder controle van de toezichthoudende overheid, gelijk welke materie aan een belasting te onderwerpen;

Overwegende dat de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting samen met de basisbelasting ingevorderd wordt door de federale overheid en dat het daarom noodzakelijk is om deze beslissing te nemen vóór 31 januari van het aanslagjaar;

Publieke stemming
Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
Onthouders: Etienne Wouters, Lowie Pierards
Resultaat: Met 13 stemmen voor, 2 onthoudingen

BESLUIT:

 

Artikel 1 :

Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar.

Art. 2 :

De belasting wordt vastgesteld op 8,3 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

Art. 3 :

De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentelijke belasting gebeurt door de federale administratie belast met de vestiging en inning van de inkomstenbelasting, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.