Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 42, §3 van het Gemeentedecreet van 15/07/2005 en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 18/12/2018 houdende goedkeuring van de belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden voor een periode van 01/01/2018 t.e.m. 31/12/2025;
Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18/12/2018 de belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden heeft goedgekeurd voor de aanslagjaren 2018 t.e.m. 2025 en dat het nodig is om dit opnieuw vast te stellen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
Na beraadslaging,
BESLUIT:
Artikel 1 :
Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op op reclameborden zichtbaar van op de openbare weg geplaatst op het grondgebied van de gemeente.
Art. 2 :
Onder reclamebord wordt verstaan elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in openlucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door welk ander middel dan ook.
Worden eveneens beschouwd als reclameborden : de muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om reclame op aan te brengen.
Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht moet de bedekte totale oppervlakte beschouwd worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Art. 3 :
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die het recht heeft gebruik te maken van het reclamebord. Als de gebruiker onbekend is, wordt de eigenaar van de grond of van de muur, waarop zich het reclamebord bevindt, hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting.
Art. 4 :
De belasting wordt per jaar vastgesteld op 36 EUR per vierkante meter oppervlakte van het reclamebord. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volle vierkante meter.
Voor de berekening van de belasting wordt de publicitair nuttige oppervlakte in aanmerking genomen d.w.z. de oppervlakte die voor reclame kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.
Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame gebruikt wordt.
Art. 5 :
De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht het tijdstip waarop de drager geplaatst of weggenomen wordt, met uitzondering van hetgeen voorzien wordt in artikel 6b.
Art. 6 :
De belasting is niet verschuldigd voor borden :
Art. 7 :
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8 :
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, zijn verplicht om uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen om de aanslag te kunnen vaststellen.
De belastingplichtige die na 15 april overgaat tot het plaatsen van reclameborden, of die het aantal en/of de oppervlakte van de oorspronkelijk aangegeven belastbare borden wijzigt, dient binnen de 15 dagen, volgend op de wijziging, aangifte te doen bij de administratie.
Art. 9 :
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art. 10 :
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de verschuldigde belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 11 :
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art. 12:
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.
Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Art. 13 :
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.