Terug
Gepubliceerd op 07/01/2026

Besluit  Gemeenteraad

di 30/12/2025 - 20:00

Belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen

Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
Guy Dumst, burgemeester
Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
Sandra Blockx, algemeen directeur
Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

Gelet op artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

Gelet op het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14/05/2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;

Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024;

Gelet op het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024 en de wijziging hiervan op 26/09/2024;

Gelet op het reglement tot vaststelling van de procedure tot ontruiming of regularisatie van de niet-geconcedeerde begravingen waarvoor de bewaartermijn is verstreken, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024;

Gelet op de beslissing van het college van 29/04/2024 tot vaststelling van de lijst per begraafplaats van de begravingen die onderworpen zijn aan het reglement tot vaststelling van de procedure tot ontruiming of regularisatie van de niet-geconcedeerde begravingen waarvoor de bewaartermijn is verstreken;

Overwegende dat de Gemeenteraad op 25/04/2024 nieuwe reglementeringen heeft vastgesteld voor de gemeentelijke begraafplaatsen; dat de voorheen bestaande reglementeringen niet meer afdoende beantwoordden aan de aangepaste regelgeving en de veranderende maatschappelijke gewoonten op het vlak van lijkbezorging; dat de nieuwe reglementering tevens de basis is voor de ontwikkeling van een vernieuwde visie en beleidsplanning voor de begraafplaatsen, o.m. op het vlak van ruimtelijk beheer;

Overwegende dat de geldigheidsduur van het belastingreglement op de gemeentelijke begraafplaatsen verstrijkt op 31/12/2025, is het nodig om dit opnieuw vast te stellen;

Overwegende dat de termijn van het retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen niet verstrijkt doch integraal deel uitmaakt van het hogergenoemde reglement;

Overwegende de financiële toestand van de gemeente;

Publieke stemming
Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
Onthouders: Lowie Pierards
Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

BESLUIT:

 

Artikel 1:

Het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen wordt vastgesteld als volgt:

Belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen

HOOFDSTUK 1: BELASTING OP VREEMDE BEGRAVINGEN

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overschotten, de bijzetting van veraste stoffelijke overschotten in een columbarium van personen  en de uitstrooiing van veraste stoffelijke overschotten op de strooiweide van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven.

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vreemde begraving.

Artikel 3:

De belasting wordt vastgesteld op 1.000 euro per begraving of bijzetting in het columbarium of uitstrooiing op de strooiweide.

Artikel 4:

Zijn vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen:

1)      de bijbegraving of bijzetting van het stoffelijk overschot van een begunstigde persoon van een nominatief toegekende concessie

2)      de begraving of bijzetting van een persoon als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 5°, van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024

3)      de begraving of bijzetting van de personen voor wie met toepassing van artikel 13 van huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024, een kosteloze concessie van 50 jaar werd toegekend.

De begraving of bijzetting van al dan niet veraste stoffelijke overschotten van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven kan na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag worden vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen als de overleden persoon voldoet aan volgende cumulatieve voorwaarden:

-          in de laatste tien jaar voor het overlijden minstens vijf jaar in Zoutleeuw ingeschreven geweest zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister of wachtregister van de stad Zoutleeuw

-          familiebanden hebben in Zoutleeuw die de begraving of bijzetting op één van de gemeentelijke begraafplaatsen rechtvaardigt.

Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvragen tot vrijstelling als vermeld in het tweede lid.

Artikel 5:

De belasting wordt voorafgaand aan de begraving of de bijzetting contant betaald tegen de afgifte van een betalingsbewijs.

Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd.


HOOFDSTUK 2: RETRIBUTIES

AFDELING 1: CONCESSIES

Artikel 6:

§1. Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de verlening van een concessie, overeenkomstig het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024.

De retributietarieven van de concessies worden vastgesteld als volgt, voor alle vormen van begraving of bijzetting op een van de gemeentelijke begraafplaatsen:

- concessie voor 1 persoon: 300 euro

- concessie voor 2 personen: 600 euro

- concessie voor 3 personen: 900 euro

- concessie voor 4 personen: 1.200 euro.

Voor de verlenging van een concessie bedraagt het retributietarief 400 euro, ongeacht of het een enkelvoudige of meervoudige concessie betreft.

§2. Als de concessie wordt verleend voor een persoon die op de dag van het overlijden niet was ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister of het wachtregister van de stad Zoutleeuw wordt het toepasselijke retributietarief als vermeld in §1 verdubbeld.

§3. In de gevallen waarin het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024, bepaalt dat de concessie kosteloos wordt verleend, verlengd of hernieuwd, is geen retributie verschuldigd.

§4. Voor de verlenging van een concessie die werd verkregen voor de inwerkingtreding van huidig reglement, wordt het retributietarief als vermeld in §1, derde lid, toegepast.

In afwijking van het vorige lid is voor de verlenging van 30 jaar van een concessie met grafkelder, die werd verkregen voor de datum van inwerkingtreding van huidig reglement een retributie verschuldigd van 750 euro per m².

Artikel 7:

§1. De retributie wordt vooraf betaald. Het retributiebedrag wordt in consignatie gegeven aan de financieel directeur of zijn gemachtigde bij het indienen van de aanvraag van de concessie of van de verlenging ervan en het is definitief verworven door de stad Zoutleeuw op de datum van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot verlening van de concessie.

Als de concessie wordt geweigerd door het college wordt het in consignatie gegeven bedrag terugbetaald op de rekening vanwaar de betaling is gebeurd.

Als het concessiebedrag niet of onvolledig is betaald, weigert het college van burgemeester en schepenen de concessie.

§2. In afwijking van §1 kan de belanghebbende het retributietarief in schijven afbetalen als de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:

  • de belanghebbende vraagt op hetzelfde ogenblik de verlenging aan van meer dan één concessie
  • de afbetaling gebeurt in maandelijkse of jaarlijkse schijven a rato van minimaal 400 euro per jaar
  • de afbetaling van het retributietarief wordt over maximaal vijf jaren gespreid
  • de aangevraagde afbetalingsregeling wordt gunstig geadviseerd door de financieel directeur of zijn gemachtigde.

Als tenminste één van de in het eerste lid vermelde voorwaarden niet is vervuld, weigert het college de concessies.

 

AFDELING 2: GRAFKELDERS

Artikel 8:

Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd voor de terbeschikkingstelling gedurende de concessietermijn van een grafkelder op de gemeentelijke begraafplaatsen.

De retributie bedraagt:

- 600 euro voor een grafkelder voor één persoon

- 900 euro voor een grafkelder voor twee personen

- 1.200 euro voor een grafkelder voor drie of vier personen.

De retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) van de concessie of de concessiehouder(s).

De retributie moet voorafgaand aan de eerste of enige begraving worden betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


AFDELING 3: ONTGRAVING

Artikel 9:

§1. Onder ontgraving moet worden begrepen: het stoffelijk overschot of de asurn uit een perceel of nis halen om het een nieuwe bestemming te geven.

§2. Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de ontgraving van veraste en niet-veraste stoffelijke overschotten op de gemeentelijke begraafplaatsen, als volgt:

- ontgraving van niet-veraste stoffelijke overschotten: 1000 euro

- ontgraving van veraste stoffelijke overschotten, hierin begrepen de ontgravingen die plaatsvinden ingevolge een verzoek tot retroactieve thuisbewaring van de asurn als bedoeld in de artikelen 6 en 15 van het  huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024: 200 euro.

Van de retributie zijn vrijgesteld:

1)      de ontgravingen op gerechtelijk bevel

2)      de ambtshalve ontgravingen in uitvoering van een besluit van de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad.

§3. De retributie wordt voorafgaand aan de ontgraving betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


AFDELING 4: NAAMPLAATJES AAN DE STROOIWEIDE

Artikel 10:

Een retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de bevestiging van een naamplaatje aan de strooiweide, als bedoeld in artikel 30 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024. De retributie bedraagt 30 euro.

De retributie wordt voorafgaand aan de plaatsing van het naamplaatje betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

AFDELING 5: GEDENKPLAATJES AAN DE GEDENKBOOM

Artikel 11:

Een retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de plaatsing van een gedenkplaatje in de gedenkboom, als bedoeld in artikel 23 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024. De retributie bedraagt 40 euro.

De retributie wordt voorafgaand aan de plaatsing van het gedenkplaatje betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


AFDELING 6: INZET VAN ARBEIDSMIDDELEN BUITEN DE DIENSTUREN

Artikel 12:

Voor begravingen die de tussenkomst of de aanwezigheid van medewerkers van het stadsbestuur vereisen is een retributie van 750 euro verschuldigd als de aankomst van de overledene op de begraafplaats om welke reden dan ook plaatsvindt buiten de perioden waarin begraving mogelijk is overeenkomstig artikel 3 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024.

De retributie is verschuldigd door de begrafenisondernemer.

Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

De retributieplichtige kan van de betaling van de belasting worden vrijgesteld door het college in geval van overmacht, op grond van een gemotiveerd schriftelijk verzoek dat vergezeld gaat van de stukken die het geval van overmacht bewijzen.

 

Art. 2:

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017.