Terug
Gepubliceerd op 26/01/2026

Notulen  Gemeenteraad

di 30/12/2025 - 20:00 Ophem
Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
Guy Dumst, burgemeester
Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
Sandra Blockx, algemeen directeur
Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

De voorzitter opent de zitting op 30/12/2025 om 21:15.

Voor de punten 3 tem15: raadslid Lowie Pierardsis niet tegen de belastingen, maar wel tegen de manier waarop (verhoging).

Hij zal zich voor deze punten dan ook onthouden.

  • Openbaar

    • Secretariaat

      • Verslag vorige vergadering

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 32,277,278;

        Gelet op het door de algemeen directeur voorgelegde ontwerp van de notulen;

        Gelet op het zittingsverslag;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
    • Financiële Zaken

      • Kennisgeving besluit van de gouverneur d.d. 17/10/2025 tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Zoutleeuw

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op de vaststelling van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van het lokaal bestuur Zoutleeuw (deel stad) door de gemeenteraad in zitting van 26/06/2025;

        Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 17/10/2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de stad en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Zoutleeuw;

        Gelet op artikel 332, §1, derde lid van het decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur;

        Overwegende dat hoger genoemd besluit van de gouverneur ter kennis gebracht moet worden op de gemeenteraad;

        BESLUIT:

        Enig artikel:

        Kennis te nemen van het besluit van de heer gouverneur d.d. 17/10/2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de stad en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Zoutleeuw.

      • Belasting op tweede verblijven

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017, inzonderheid art. 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18 december 2018 de belasting op tweede verblijven heeft goedgekeurd voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025;

        Overwegende dat het verwerven van inkomsten uit belastingen noodzakelijk is om de algemene uitgaven van de stad Zoutleeuw te financieren;

        Overwegende dat het bijhouden van bevolkingsregisters een taak en verantwoordelijkheid is van de gemeente;

        Overwegende dat de belasting op tweede verblijven ertoe bijdragen kan dat personen die hun feitelijke verblijfplaats in de stad Zoutleeuw hebben zich effectief laten inschrijven in de bevolkingsregisters voor hun hoofdverblijfplaats;

        Overwegende dat, daarnaast, het ook billijk is dat personen die naast hun hoofdverblijfplaats ook nog over een tweede verblijf beschikken, bijdragen in de financiële behoeften van de gemeente daar ook zij vaak gebruik maken van de dienstverlening en infrastructuur van de stad op het vlak van cultuur, wegeninfrastructuur, afvalverwerking en andere;

        Overwegende dat houders van een zakelijk recht op leegstaande woningen of gebouwen deze zouden kunnen aangeven als tweede verblijf om zo een belasting op leegstand te ontlopen en dat een belasting op tweede verblijven een instrument vormt om dit tegen te gaan en kan bijdragen om een correcter beeld te hebben van de aard, de bezetting en het gebruik van het beschikbare woningpatrimonium in de stad;  

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;

        Na beraadslaging,

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Tegenstanders: Etienne Wouters
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

        Art.2:

        Als tweede verblijf wordt beschouwd elke private woongelegenheid op het grondgebied van de stad Zoutleeuw die op regelmatige wijze wordt gebruikt voor bewoning en waar op 1 januari van het aanslagjaar geen persoon ingeschreven is in het bevolkings-, wacht-, of vreemdelingenregister op het adres van deze woongelegenheid op dit bewuste adres, ongeacht of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

        Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:

        • lokalen waarin een niet in de gemeente gedomicilieerd persoon een beroepsactiviteit uitoefent;
        • de tenten en woonwagens;
        • verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden; 
        • de woningen die werden opgenomen op een inventaris of register van leegstaande woningen van de stad.
        • De woongelegenheden in een ouderenvoorziening of een zorginstelling, of in een gebouw of woning dat door de gemeente of het OCMW voorzien wordt voor sociale doeleinden zoals, bijvoorbeeld, de uitoefening van een sociaal beheersrecht of het gebruik als doorstroom- of noodwoning.

        Als een woongelegenheid in de zin van dit reglement wordt beschouwd elke vaste constructie waar men zich tijdelijk of permanent kan vestigen en die helemaal of gedeeltelijk bemeubeld is, voorzien is van aangesloten sanitaire en nutsvoorzieningen (zoals water, elektriciteit, verwarming en sanitair) en die uitgerust is om te eten en slapen.

        Art.3:

        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar zakelijk gerechtigde is van het tweede verblijf.

        Voor de toepassing van dit reglement wordt onder zakelijk gerechtigde of houder van het zakelijk recht verstaan de houder van één van volgende rechten: (i) de volle eigendom, of (ii) het recht van opstal of erfpacht; of (iii) het vruchtgebruik.

        Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.

        Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de stad.

        ln geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. ln geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Art.4:

        De belasting wordt vastgesteld op 1.000 EUR per tweede verblijf.

        Art.5:

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Art. 6:

        De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend uiterlijk op 15 april van het  aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

        De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, zijn verplicht om uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen om de aanslag te kunnen vaststellen.

        Art. 7:

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        Art.8:

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

        Art. 9:

        De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 10:

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.

        Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

        Art.11:

        Het reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      • Belasting op masten en pylonen

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op artikel 40, §3 en 41, 14° van het  Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017, en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Gelet op de beslissing van de Gemeenteraad in zitting van 26/06/2025 m.b.t. de goedkeuring van de belasting op masten en pylonen voor het aanslagjaar 2025;

        Overwegende dat de geldigheidsduur van het belastingreglement op masten en pylonen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 26/06/2025 verstrijkt op 31/12/2025 en dat het nodig is om dit opnieuw vast te stellen; 

        Overwegende de financiële toestand van de gemeente;

        Overwegende dat de gemeenten beschikken over een grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie die hen toelaat om binnen de grenzen van de door de wetgever opgelegde beperkingen en onder controle van de toezichthoudende overheid, gelijk welke materie aan een belasting te onderwerpen;

        Gelet op deze autonomie stelt de gemeente Zoutleeuw een bijdrageplicht specifiek ten laste van de eigenaars van masten en pylonen;

        Overwegende immers dat masten en pylonen de vrije open ruimte bederven en als landschapverstorend worden ervaren en derhalve hinder meebrengen voor de plaatselijke gemeenschap;

        Overwegende dat de visuele vervuiling van masten en pylonen en het doorbreken van de vrije ruimte rechtvaardigen dat er een specifieke bijdrageplicht ten laste wordt gelegd van de eigenaars van masten en pylonen en dit met het oog op de financiering van algemene dienstverlening;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Tegenstanders: Etienne Wouters
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de masten en pylonen die zich bevinden op het grondgebied van de gemeente, in openlucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.

        Art. 2:

        Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder

        - Mast: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die geplaatst wordt op een dak of een andere bestaande constructie met een hoogte van minimaal 20 meter, verticale structuur inbegrepen.

        - Pyloon: een individuele verticale constructie die opgericht wordt op niveau van het maaiveld met een hoogte van minimaal 20 meter.

        Art. 3:

        De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de masten en/of pylonen op 1 januari van het aanslagjaar.

        Art. 4:

        De belasting wordt vastgesteld op 3.500 EUR per mast of pyloon. De belasting is ondeelbaar, er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.

        Art. 5:

        De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend uiterlijk op 15 april van het  aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, zijn verplicht om uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen om de aanslag te kunnen vaststellen.

        Art. 6:

        Worden vrijgesteld van deze belasting:

        - Constructies voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom.

        - Masten en pylonen die dienstig zijn voor de verlichting van sport- en recreatievoorzieningen.

        - Masten en pylonen geplaatst voor diensten van openbare besturen en andere openbare inrichtingen en instellingen aangezien de mogelijke hinder van deze constructies ruimschoots gecompenseerd wordt door gezondheids- en veiligheidsoverwegingen.

        Art. 7:

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast.

        ln geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt.

        Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

        De ambtshalve belastingaanslag zal worden verhoogd met 10%, 100% of 200% al naargelang het een eerste, tweede of derde overtreding betreft.

        Art. 8:

        De belasting wordt gevestigd en ingevorderd door middel van een kohier.

        De belasting dient 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet betaald te worden. Bij niet-betaling geschiedt de invordering der belastingen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie -en gemeentebelastingen en de latere wijzigingen.

        Art. 9:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        De bevoegde overheid of een personeelslid dat door de bevoegde overheid speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

        De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.

        Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

        Art. 10:

        Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      • Belasting op industriële voor verhuring bestemde koelcellen

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen, inzonderheid art. 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18/12/2018 de belasting op industriële voor verhuring bestemde koelcellen heeft goedgekeurd voor de aanslagjaren 2018 t.e.m. 2025;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
        Na beraadslaging,

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Tegenstanders: Etienne Wouters
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelas­ting gevestigd op industriële voor verhuring bestemde, niet-verplaatsbare koelcellen geïntegreerd in een onroerend goed.             

        Art. 2 :

        De belasting is verschuldigd door de exploitant van de industriële koelinrichting op 1 januari van het aanslagjaar.

        De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        Art. 3 :

        De belasting wordt vastgesteld op 150 EUR per koelcel.

        Art. 4 :

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Art. 5 :

        De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend uiterlijk op 15 april van het  aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

        De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, zijn verplicht om uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen om de aanslag te kunnen vaststellen.

        Art. 6 :

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        Art. 7 :

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

        Art. 8 :

        De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 :

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.

        Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

        Art. 10 :

        Deze verordening treedt in werking op 01/01/2026.

      • Belasting op reclameborden zichtbaar van op de openbare weg

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op artikel 42, §3 van het Gemeentedecreet van 15/07/2005 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 18/12/2018 houdende goedkeuring van de belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden voor een periode van 01/01/2018 t.e.m. 31/12/2025;

        Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18/12/2018 de belasting op aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden heeft goedgekeurd voor de aanslagjaren 2018 t.e.m. 2025 en dat het nodig is om dit opnieuw vast te stellen;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
        Na beraadslaging,

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelas­ting gevestigd op  op reclameborden zichtbaar van op de openbare weg geplaatst op het grondgebied van de gemeente.              

        Art. 2 :

        Onder reclamebord wordt verstaan elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in openlucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door welk ander middel dan ook.

        Worden eveneens beschouwd als reclameborden : de muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om reclame op aan te brengen.

        Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht moet de bedekte totale oppervlakte beschouwd worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.

        Art. 3 :

        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die het recht heeft gebruik te maken van het reclamebord. Als de gebruiker onbekend is, wordt de eigenaar van de grond of van de muur, waarop zich het reclamebord bevindt, hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting.

        Art. 4 :

        De belasting wordt per jaar vastgesteld op 36 EUR per vierkante meter oppervlakte van het reclamebord. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volle vierkante meter.

        Voor de berekening van de belasting wordt de publicitair nuttige oppervlakte in aanmerking genomen d.w.z. de oppervlakte die voor reclame kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.

        Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame gebruikt wordt.

        Art. 5 :

        De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht het tijdstip waarop de drager geplaatst of weggenomen wordt, met uitzondering van hetgeen voorzien wordt in artikel 6b.

        Art. 6 :

        De belasting is niet verschuldigd voor borden :

        1. geplaatst op of aan handelshuizen, die dienen voor het maken van reclame die betrekking heeft op de handel die in die huizen wordt uitgeoefend;
        2. die opgericht worden na 1 december van het aanslagjaar;
        3. geplaatst door openbare besturen of door instellingen zonder winstoogmerk, met reclame van menslievende, artistieke, wetenschappelijke of letterkundige aard of van openbaar nut, en voor zover geen commerciële doeleinden worden beoogd;
        4. die enkel en alleen gebruikt worden voor officiële notariële aankondigingen;
        5. die enkel en alleen gebruikt worden voor aankondigingen in functie van vastgoedtransacties, op de locatie waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft (onder vastgoedtransactie wordt begrepen : het verkopen, het overgaan tot grondruil, het vestigen van zakelijke rechten zoals erfpacht, opstal, het huren en verhuren van gronden en gebouwen)
        6. die enkel en alleen gebruikt worden bij gelegenheid van wettelijke voorziene verkiezingen;
        7. geplaatst langs sportterreinen

        Art. 7 :

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Art. 8 :

        De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend uiterlijk op 15 april van het  aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

        De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, zijn verplicht om uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen om de aanslag te kunnen vaststellen.

        De belastingplichtige die na 15 april overgaat tot het plaatsen van reclameborden, of die het aantal en/of de oppervlakte van de oorspronkelijk aangegeven belastbare borden wijzigt, dient binnen de 15 dagen, volgend op de wijziging, aangifte te doen bij de administratie.

        Art. 9 :

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        Art. 10 :

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

        Art. 11 :

        De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 12:

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.

        Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

        Art. 13 :

        Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      • Belasting op de voor bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op artikel 42, §3 van het Gemeentedecreet van 15/07/2005 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17/02/2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);

        Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 18/12/2018 de belasting op de voor bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten heeft goedgekeurd voor de aanslagjaren 2019 t.e.m. 2025 en dat het nodig is om dit opnieuw vast te stellen;


        Gelet op de financiële toestand van de gemeente,

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
        Na beraadslaging,

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Tegenstanders: Etienne Wouters
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten.

        Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan : alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
        Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

        Art. 2 :

        De belasting is verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.

        De drukker en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        Art. 3 :

        De belasting wordt vastgesteld als volgt :

        0,04 EUR per bedeeld exemplaar met een gewicht tot en met 100 gram,

        0,10 EUR per bedeeld exemplaar met een gewicht van meer dan 100 gram

        Art. 4 :

        De belasting is niet verschuldigd voor elke verspreiding van éénbladig drukwerk kleiner of gelijk aan A4-formaat en door :

        • openbare besturen en gelijkgestelde instellingen 
        • opleidingscentra die gesubsidieerd worden door overheden
        • vormings- en onderwijsinstellingen
        • socio-culturele verenigingen, sportverenigingen, caritatieve en politieke organisaties

        Art. 5 :

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Art. 6 :

        De belastingplichtige moet binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal bij het gemeentebestuur aangifte doen van de in het kwartaal verspreide drukwerken, d.i. uiterlijk op 15 april, 15 juli en 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website.

        Als aangiftedatum geldt de datum van verzending of - bij afgifte - de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste aangiftedatum op een zaterdag of een zondag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.

        Hij dient hierbij tevens een specimen van het te verspreiden drukwerk in.

        Art. 7 :

        Bij gebreke aan een aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

        Het aantal verspreide exemplaren wordt vastgesteld op basis van het volgend (netto) aantal brievenbussen in de verschillende deelgemeenten :

        Budingen :

        Dormaal :

        Halle-Booienhoven :

        Helen-Bos :

        Zoutleeuw :

        Totaal :

        968

        291

        816

        208

        1.139

        3.422

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        Art. 8 :

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

        Art. 9 :

        De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 10 :

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.

        Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

        Art. 11 :

        Deze verordening treedt in werking op 01/01/2026.

      • Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op artikel 464 tot en met artikel 470/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, met latere wijzigingen;

        Gelet op artikel 40 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, met latere wijzigingen;

        Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;

        Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente, waarvoor de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt verantwoord teneinde de nieuwe financiële uitdagingen het hoofd te bieden en de uitvoering van het gemeentelijk beleid te waarborgen;

        Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de stad waarin de opbrengsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting voorzien zijn op de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7301000/STAD/CBS/IP-GEEN ten bedrage van de gegevens zoals deze ons werden overgemaakt door de studiedienst van de federale overheidsdienst financiën;

        Overwegende dat de gemeenten beschikken over een grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie, die hen toelaat om binnen de grenzen van de door de wetgever opgelegde beperkingen en onder controle van de toezichthoudende overheid, gelijk welke materie aan een belasting te onderwerpen;

        Overwegende dat de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting samen met de basisbelasting ingevorderd wordt door de federale overheid en dat het daarom noodzakelijk is om deze beslissing te nemen vóór 31 januari van het aanslagjaar;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Etienne Wouters, Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 2 onthoudingen

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar.

        Art. 2 :

        De belasting wordt vastgesteld op 8,3 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

        Art. 3 :

        De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentelijke belasting gebeurt door de federale administratie belast met de vestiging en inning van de inkomstenbelasting, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

      • Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet;
        Gelet op artikel 464, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, met latere wijzigingen;
        Gelet op artikel 40 e.v. van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, met latere wijzigingen;
        Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
        Gelet op het Decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, en meer bepaald de artikelen artikel 2.1.4.0.2., 3.1.0.0.4. en 3.1.0.0.6. met latere wijzigingen;
        Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente, waarvoor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt verantwoord teneinde de nieuwe financiële uitdagingen het hoofd te bieden en de uitvoering van het gemeentelijk beleid te waarborgen;
        Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van de stad waarin de opbrengsten uit de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voorzien zijn op de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7300000/STAD/CBS/IP-GEEN ten bedrage van de gegevens zoals deze ons werden overgemaakt door de Belastingdienst Vlaanderen;
        Overwegende dat de gemeenten beschikken over een grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie, die hen toelaat om binnen de grenzen van de door de wetgever opgelegde beperkingen en onder controle van de toezichthoudende overheid, gelijk welke materie aan een belasting te onderwerpen;
        Overwegende dat de onroerende voorheffing een gewestbelasting is, gevestigd op het kadastraal inkomen van onroerende goederen: gronden, woningen, gebouwen en sommige bedrijfsuitrusting;
        Overwegende dat gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing samen met de basisbelasting ingevorderd worden door de Belastingdienst Vlaanderen en dat het daarom noodzakelijk is om deze beslissing te nemen vóór 31 januari van het aanslagjaar;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Etienne Wouters, Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 2 onthoudingen

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.

        Art. 2 :

        De gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing worden vastgesteld op 945 opcentiemen.

        Art. 3 :

        De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gebeurt door de Belastingdienst Vlaanderen.

      • Belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

        Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14/05/2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;

        Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024;

        Gelet op het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024 en de wijziging hiervan op 26/09/2024;

        Gelet op het reglement tot vaststelling van de procedure tot ontruiming of regularisatie van de niet-geconcedeerde begravingen waarvoor de bewaartermijn is verstreken, zoals vastgesteld door de Gemeenteraad op 25/04/2024;

        Gelet op de beslissing van het college van 29/04/2024 tot vaststelling van de lijst per begraafplaats van de begravingen die onderworpen zijn aan het reglement tot vaststelling van de procedure tot ontruiming of regularisatie van de niet-geconcedeerde begravingen waarvoor de bewaartermijn is verstreken;

        Overwegende dat de Gemeenteraad op 25/04/2024 nieuwe reglementeringen heeft vastgesteld voor de gemeentelijke begraafplaatsen; dat de voorheen bestaande reglementeringen niet meer afdoende beantwoordden aan de aangepaste regelgeving en de veranderende maatschappelijke gewoonten op het vlak van lijkbezorging; dat de nieuwe reglementering tevens de basis is voor de ontwikkeling van een vernieuwde visie en beleidsplanning voor de begraafplaatsen, o.m. op het vlak van ruimtelijk beheer;

        Overwegende dat de geldigheidsduur van het belastingreglement op de gemeentelijke begraafplaatsen verstrijkt op 31/12/2025, is het nodig om dit opnieuw vast te stellen;

        Overwegende dat de termijn van het retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen niet verstrijkt doch integraal deel uitmaakt van het hogergenoemde reglement;

        Overwegende de financiële toestand van de gemeente;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        Het belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen wordt vastgesteld als volgt:

        Belasting- en retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen

        HOOFDSTUK 1: BELASTING OP VREEMDE BEGRAVINGEN

        Artikel 1:

        Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overschotten, de bijzetting van veraste stoffelijke overschotten in een columbarium van personen  en de uitstrooiing van veraste stoffelijke overschotten op de strooiweide van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven.

        Artikel 2:

        De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vreemde begraving.

        Artikel 3:

        De belasting wordt vastgesteld op 1.000 euro per begraving of bijzetting in het columbarium of uitstrooiing op de strooiweide.

        Artikel 4:

        Zijn vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen:

        1)      de bijbegraving of bijzetting van het stoffelijk overschot van een begunstigde persoon van een nominatief toegekende concessie

        2)      de begraving of bijzetting van een persoon als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 5°, van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024

        3)      de begraving of bijzetting van de personen voor wie met toepassing van artikel 13 van huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024, een kosteloze concessie van 50 jaar werd toegekend.

        De begraving of bijzetting van al dan niet veraste stoffelijke overschotten van personen die op de dag van hun overlijden niet in de bevolkingsregisters of het wachtregister van de stad Zoutleeuw zijn ingeschreven kan na schriftelijke en gemotiveerde aanvraag worden vrijgesteld van de belasting op vreemde begravingen als de overleden persoon voldoet aan volgende cumulatieve voorwaarden:

        -          in de laatste tien jaar voor het overlijden minstens vijf jaar in Zoutleeuw ingeschreven geweest zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister of wachtregister van de stad Zoutleeuw

        -          familiebanden hebben in Zoutleeuw die de begraving of bijzetting op één van de gemeentelijke begraafplaatsen rechtvaardigt.

        Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvragen tot vrijstelling als vermeld in het tweede lid.

        Artikel 5:

        De belasting wordt voorafgaand aan de begraving of de bijzetting contant betaald tegen de afgifte van een betalingsbewijs.

        Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd.


        HOOFDSTUK 2: RETRIBUTIES

        AFDELING 1: CONCESSIES

        Artikel 6:

        §1. Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de verlening van een concessie, overeenkomstig het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024.

        De retributietarieven van de concessies worden vastgesteld als volgt, voor alle vormen van begraving of bijzetting op een van de gemeentelijke begraafplaatsen:

        - concessie voor 1 persoon: 300 euro

        - concessie voor 2 personen: 600 euro

        - concessie voor 3 personen: 900 euro

        - concessie voor 4 personen: 1.200 euro.

        Voor de verlenging van een concessie bedraagt het retributietarief 400 euro, ongeacht of het een enkelvoudige of meervoudige concessie betreft.

        §2. Als de concessie wordt verleend voor een persoon die op de dag van het overlijden niet was ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister of het wachtregister van de stad Zoutleeuw wordt het toepasselijke retributietarief als vermeld in §1 verdubbeld.

        §3. In de gevallen waarin het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024, bepaalt dat de concessie kosteloos wordt verleend, verlengd of hernieuwd, is geen retributie verschuldigd.

        §4. Voor de verlenging van een concessie die werd verkregen voor de inwerkingtreding van huidig reglement, wordt het retributietarief als vermeld in §1, derde lid, toegepast.

        In afwijking van het vorige lid is voor de verlenging van 30 jaar van een concessie met grafkelder, die werd verkregen voor de datum van inwerkingtreding van huidig reglement een retributie verschuldigd van 750 euro per m².

        Artikel 7:

        §1. De retributie wordt vooraf betaald. Het retributiebedrag wordt in consignatie gegeven aan de financieel directeur of zijn gemachtigde bij het indienen van de aanvraag van de concessie of van de verlenging ervan en het is definitief verworven door de stad Zoutleeuw op de datum van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot verlening van de concessie.

        Als de concessie wordt geweigerd door het college wordt het in consignatie gegeven bedrag terugbetaald op de rekening vanwaar de betaling is gebeurd.

        Als het concessiebedrag niet of onvolledig is betaald, weigert het college van burgemeester en schepenen de concessie.

        §2. In afwijking van §1 kan de belanghebbende het retributietarief in schijven afbetalen als de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:

        • de belanghebbende vraagt op hetzelfde ogenblik de verlenging aan van meer dan één concessie
        • de afbetaling gebeurt in maandelijkse of jaarlijkse schijven a rato van minimaal 400 euro per jaar
        • de afbetaling van het retributietarief wordt over maximaal vijf jaren gespreid
        • de aangevraagde afbetalingsregeling wordt gunstig geadviseerd door de financieel directeur of zijn gemachtigde.

        Als tenminste één van de in het eerste lid vermelde voorwaarden niet is vervuld, weigert het college de concessies.

         

        AFDELING 2: GRAFKELDERS

        Artikel 8:

        Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd voor de terbeschikkingstelling gedurende de concessietermijn van een grafkelder op de gemeentelijke begraafplaatsen.

        De retributie bedraagt:

        - 600 euro voor een grafkelder voor één persoon

        - 900 euro voor een grafkelder voor twee personen

        - 1.200 euro voor een grafkelder voor drie of vier personen.

        De retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) van de concessie of de concessiehouder(s).

        De retributie moet voorafgaand aan de eerste of enige begraving worden betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


        AFDELING 3: ONTGRAVING

        Artikel 9:

        §1. Onder ontgraving moet worden begrepen: het stoffelijk overschot of de asurn uit een perceel of nis halen om het een nieuwe bestemming te geven.

        §2. Een retributie ten behoeve van de stad is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de ontgraving van veraste en niet-veraste stoffelijke overschotten op de gemeentelijke begraafplaatsen, als volgt:

        - ontgraving van niet-veraste stoffelijke overschotten: 1000 euro

        - ontgraving van veraste stoffelijke overschotten, hierin begrepen de ontgravingen die plaatsvinden ingevolge een verzoek tot retroactieve thuisbewaring van de asurn als bedoeld in de artikelen 6 en 15 van het  huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024: 200 euro.

        Van de retributie zijn vrijgesteld:

        1)      de ontgravingen op gerechtelijk bevel

        2)      de ambtshalve ontgravingen in uitvoering van een besluit van de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad.

        §3. De retributie wordt voorafgaand aan de ontgraving betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


        AFDELING 4: NAAMPLAATJES AAN DE STROOIWEIDE

        Artikel 10:

        Een retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de bevestiging van een naamplaatje aan de strooiweide, als bedoeld in artikel 30 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024. De retributie bedraagt 30 euro.

        De retributie wordt voorafgaand aan de plaatsing van het naamplaatje betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

         

        AFDELING 5: GEDENKPLAATJES AAN DE GEDENKBOOM

        Artikel 11:

        Een retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) voor de plaatsing van een gedenkplaatje in de gedenkboom, als bedoeld in artikel 23 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024. De retributie bedraagt 40 euro.

        De retributie wordt voorafgaand aan de plaatsing van het gedenkplaatje betaald. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


        AFDELING 6: INZET VAN ARBEIDSMIDDELEN BUITEN DE DIENSTUREN

        Artikel 12:

        Voor begravingen die de tussenkomst of de aanwezigheid van medewerkers van het stadsbestuur vereisen is een retributie van 750 euro verschuldigd als de aankomst van de overledene op de begraafplaats om welke reden dan ook plaatsvindt buiten de perioden waarin begraving mogelijk is overeenkomstig artikel 3 van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van de stad Zoutleeuw, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2024.

        De retributie is verschuldigd door de begrafenisondernemer.

        Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd door de financieel directeur via burgerrechtelijke weg of op de wijze bepaald in artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        De retributieplichtige kan van de betaling van de belasting worden vrijgesteld door het college in geval van overmacht, op grond van een gemotiveerd schriftelijk verzoek dat vergezeld gaat van de stukken die het geval van overmacht bewijzen.

         

        Art. 2:

        Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017.

      • Belasting op leegstaande en verwaarloosde gebouwen en woningen

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op de grondwet, inzonderheid artikel 170, §4;

        Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        Gelet op het decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326;

        Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, en wijzigingen;

        Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad in zitting van 26 november 2020 houdende de belasting op leegstaande en verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;

        Overwegende de financiële toestand van de stad Zoutleeuw;

        Overwegende dat leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de stad voorkomen en bestreden moet worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan;

        Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de stad beschikbaar patrimonium voor wonen optimaal benut wordt;

        Overwegende dat het nuttig is om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen;

        Overwegende dat de graduele en meer substantiële verhoging van de belasting vanaf het tweede jaar, zakelijk gerechtigden nog meer aanspoort om een einde te maken aan de leegstand en/of verwaarloosde toestand van de woning of het gebouw en des te meer wanneer deze toestand zich langdurig voordoet;

        Overwegende dat de belastingtarieven niet worden geïndexeerd, terwijl dit wel het geval was onder het voorgaande belastingreglement, en dat door het niet indexeren de verhoging van de tarieven (deels) wordt gecompenseerd;

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;

        Na beraadslaging;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        §1. Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting gevestigd op:

        • de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister; en
        • de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        §2. De belasting voor een leegstaande en/of verwaarloosde woning of een leegstaand en/of verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister of in het verwaarlozingsregister.

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister of uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

        Een vrijstelling van belasting wijzigt de opnamedatum van de woning of het gebouw in het leegstandsregister of het verwaarlozingsregister niet.  Gedurende de looptijd van de vrijstelling blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register en dit op de oorspronkelijke opnamedatum.  Na afloop van de vrijstelling zal de belasting (opnieuw) geheven worden.  De berekening van de belasting gebeurt dan overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van dit reglement voor het aantal opeenvolgende termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw opgenomen staat in het leegstandsregister en/of het verwaarlozingsregister sinds de oorspronkelijke opnamedatum.

        Art.2:

        §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde over de leegstaande en/of verwaarloosde woning of het leegstaande en/of verwaarloosde gebouw op de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk leegstands- en/of verwaarlozingsregister.

        ln geval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

        §2. ln geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. ln geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in, zoals van toepassing, het leegstandsregister, of het verwaarlozingsregister, of beide registers.  Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, en dit binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte.   Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        -          naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

        -          datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        -          nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of gebouw.

        Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1 als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht van het zakelijk recht gevestigd wordt.

        Art.3:

        De belasting voor leegstaande woningen en gebouwen bedraagt :

        • 1.250 euro voor een leegstaand gebouw
        • 1.250 euro voor een leegstaande woning

        Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting 2.500 euro.

        Vanaf de derde opeenvolgende termijn van 12 maanden bedraagt de belasting 4.500 euro.

        Art.4:

        De belasting voor verwaarloosde woningen en gebouwen bedraagt :

        • 1.250 euro voor een verwaarloosd gebouw
        • 1.250 euro voor een verwaarloosde woning

        lndien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting 2.500 euro.

        Vanaf de derde opeenvolgende termijn van 12 maanden bedraagt de belasting 4.500 euro.

        Art.5:

        Indien een woning of gebouw is opgenomen op verschillende gemeentelijke registers, is de voormelde belasting verschuldigd per afzonderlijke opname in een gemeentelijk register.

        Art.6:

        §1. Een vrijstelling van de belasting kan schriftelijk aangevraagd worden door de houder van het zakelijk recht over de betreffende woning of het betreffende gebouw, en dit via een beveiligde zending gericht aan de administratie of het wooninfopunt van de stad.

        Voor de toepassing van dit reglement wordt onder zakelijk gerechtigde of houder van het zakelijk recht verstaan de houder van één van volgende rechten: (i) de volle eigendom, of (ii) het recht van opstal of erfpacht; of (iii) het vruchtgebruik.

        De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als verder vermeld in dit artikel onder §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen.

        §2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure, zoals vermeld in artikel 8.

        §3. Van de leegstand en verwaarlozingsbelasting zijn na aanvraag zoals omschreven in §1 vrijgesteld:

        1° de belastingplichtige die sinds minder dan twee jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende twee jaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.

        De vrijstelling geldt niet bij overdrachten aan:

        a) vennootschappen waarin de oorspronkelijke houder van het zakelijk recht rechtstreeks of onrechtstreeks participeert, en dit voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap;

        b) natuurlijke personen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, participeren in het aandeelhouderschap van de overdragende vennootschap of overdragende vennootschappen;

        c) vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.

        2° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening  verblijft en dit enkel voor de woning die de belastingplichtige als laatste hoofdverblijfplaats heeft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende voorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van vier jaar volgend op de datum van opname in de ouderenvoorziening en kan nooit langer duren dan de opnameperiode in de betreffende voorziening;

        3° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van twee jaar volgend op de gerechtelijke beslissing.

        §4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning :

        1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

        2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.

        3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (zoals, bijvoorbeeld, brand, gasontploffing, blikseminslag, bodemverzakking, …) die zich voordoet buiten de wil om van de belastingplichtige en de schade dermate is dat het gebruik van de woning of het gebouw overeenkomstig de functie daarvan onmogelijk is, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

        4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.  Deze vrijstelling geldt niet indien het een gerechtelijke procedure betreft onderling tussen meerdere zakelijk gerechtigde op diezelfde woning of datzelfde gebouw;

        5° gerenoveerd wordt of zal worden op basis van een ontvankelijke en volledige aanvraag tot omgevingsvergunning:

        a)        Er wordt een vrijstelling verleend aan de belastingplichtige indien voor de woning of het gebouw een omgevingsvergunning is aangevraagd èn er een verklaring gegeven is door de dienst omgeving van de stad dat het aanvraagdossier ontvankelijk en volledig is.  De aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen moet betrekking hebben op werken aan de woning of het gebouw, of de sloop van de woning of het gebouw.

        b)        deze vrijstelling geldt voor de periode vanaf de dag dat het aanvraagdossier ontvankelijk en volledig verklaard is tot op de dag dat het college van burgemeester en schepenen de vergunning toekent dan wel weigert.

        c)        De vrijstelling wegens renovatie onder dit punt 5° kan slechts éénmalig worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.  

        6° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen die de uitvoering van renovatiewerken aan de woning of het gebouw inhouden, of de sloop van de woning of het gebouw, met dien verstande dat:

        • deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar vanaf de dag dat de vergunning werd toegekend door het college van burgemeester en schepenen
        • indien de omgevingsvergunning op basis waarvan de vrijstelling verleend werd vervalt, vervalt ook de vrijstelling en dit op dezelfde datum waarop de vergunning vervalt;
        • indien de vergunning enkel de sloping van het volledige pand betreft, geldt de vrijstelling slechts voor een periode van 1 jaar vanaf de dag dat de vergunning werd toegekend door het college van burgemeester en schepenen;
        • een regularisatie of werken met meldingsplicht geldt niet voor het type van vrijstelling onder dit punt.

        De vrijstelling onder dit punt 6° kan slechts éénmalig worden toegekend binnen een periode van 10 jaar en voor zover er in de periode van 10 jaar voorafgaand aan de aanvraag geen vrijstelling wegens renovatie op basis van een renovatieschema werd toegekend onder volgend punt 7° van dit artikel.

        7° gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatieschema.

        Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de ontvangst door de administratie van het volledige renovatieschema  onder naam van de belastingplichtige die de renovatie uitvoert.

        Voor de vrijstelling onder dit punt 7° komen enkel werken in aanmerking die een aanzienlijke werktijd vereisen en die een significante omvang hebben die de normale bewoning van de woning of het gebruik volgens de functie van het gebouw belemmeren.  Bovendien moeten de in aanmerking komende werken een kostprijs hebben van jaarlijks, in totaal, minimaal vierduizend euro (inclusief btw).

        Onderhouds- of verfraaiingswerken, zoals schilder- en behangwerken of tuinaanleg, komen niet in aanmerking voor deze vrijstelling.

        Om een vrijstelling onder dit punt te kunnen bekomen, moet de belastingplichtige een gedetailleerd renovatieschema overmaken aan de administratie dat de volgende stukken bevat :

        • een tekening of schets van het gebouw en/of de woning met aanduiding van de geplande werken;
        • voor reeds uitgevoerde werken, het bewijs dat deze werken effectief uitgevoerd werden aan de hand van facturen van maximaal 1 jaar oud op datum van de aanvraag met een duidelijke vermelding van het adres van de woning of het gebouw als werfadres;
        • voor nog uit te voeren werken, één of meerder offertes van maximaal 3 maanden out met een duidelijke vermelding van het adres van de woning of het gebouw als werfadres;
        • een tijdschema van de werken.

        De vrijstelling onder dit punt 7° kan slechts éénmalig worden toegekend binnen een periode van 10 jaar en voor zover er in de periode van 10 jaar voorafgaand aan de aanvraag geen vrijstelling wegens renovatie op basis van een niet-vervallen omgevingsvergunning werd toegekend onder punt 7° van dit artikel

        8° door de stad of het OCMW voorzien wordt voor sociale doeleinden zoals, bijvoorbeeld, de uitoefening van een sociaal beheersrecht of het gebruik als doorstroom- of noodwoning.  Deze vrijstelling geldt voor de duur dat de betreffende woning of het betreffende gebouw zo voorzien of beheerd wordt door de stad of het OCMW.

        9° krachtens decreet beschermd is als monument.

        §5. Van de verwaarlozingsbelasting zijn bijkomend vrijgesteld : de houder van het zakelijk recht die de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en over geen enkele andere woning beschikt. De verklaring van hoofdverblijfplaats wordt enkel aanvaard wanneer er tijdens de geïnventariseerde periode een effectieve inschrijving is in de bevolkingsregisters van de stad Zoutleeuw;

        Art.7:

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        Art.8:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        De bevoegde overheid of een personeelslid dat door de bevoegde overheid speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

        De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden verstuurd.

        Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

        Art. 9:

        De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand en verwaarlozing belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Art. 10:

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Retributiereglement op de huis-aan-huis-inzameling van asbest - aanpassing

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op de grondwet, artikel 173;

        Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017, artikel, 40 §3 en 41, lid 2, 14°;

        Gelet op het ministerieel besluit d.d. 27/10/2025 tot toekenning van een subsidie aan EcoWerf voor een bronophalingsproject van asbestcement in het kader van het asbestafbouwbeleid (Dossiernummer 25/0203);

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 22/04/2021 betreffende het retributiereglement inzameling asbest aan huis;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 26/09/2024 betreffende de wijziging van het retributiereglement inzameling asbest aan huis;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 27/03/2025 betreffende de wijziging van het retributiereglement inzameling asbest aan huis;

        Overwegende dat EcoWerf de inzameling organiseert van asbesthoudende golfplaten en leien - particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project via platen- of kuubzakken (maximaal 8 zakken wat overeenstemt met ca. 240 m² dak) of per container (maximum 2 containers wat overeenstemt met ca. 480 m² dak); 

        Overwegende dat de werkwijze als volgt is:

        1) De inwoner vult op de website een formulier in.

        2) De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning indien de container niet op het eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.

        3) EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.

        Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project.

        Er wordt een tarief geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:

        • de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door de EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.
        • de ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

        Overwegende dat bij de aankoop van minstens één asbestzak/container twee veiligheidskits zijn inbegrepen;

        Overwegende dat de organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest;

        Overwegende dat de organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        Er wordt een retributie geheven op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

        Art. 2:

        §1. De retributie bedraagt:

        • voor een kuubzak (1 m³): 40 euro
        • voor een plaatzak (1 m³): 40 euro
        • voor een container: 170 euro

        §2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.

        Art. 3:

        De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:

        1) Inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf;

        2) Asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek;

        3) De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling;

        4) De inwoner vult de zak(ken)/container(s) korte tijd voor de ophaaldag;

        5) EcoWerf komt de zak(ken)/container(s) ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.

        Art. 4:

        EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze, met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.

        Art. 5:

        Dit reglement vervangt het bestaande vanaf 1/03/2026 en is geldig tot 31/12/2027.

        Art. 6:

        Op dit besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen, van toepassing.

      • Belasting op het verwijderen van goederen en afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet voorziene plaatsen of tijdstippen, op niet-reglementaire wijze of in niet -reglementaire recipiënten.

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;

        Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 18/12/2018 betreffende de belasting op het ambtshalve opruimen van sluikstortingen door of in opdracht van de stad Zoutleeuw voor een periode van 01/01/2019 t.e.m. 31/12/2025;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 26/11/2020 betreffende de belasting op het ambtshalve opruimen van sluikstorting door of in opdracht van de stad Zoutleeuw voor een periode van 01/01/2021 t.e.m. 31/12/2025;

        Overwegende dat het past het niet-reglementair achterlaten van afval of vervuilen van het openbaar domein streng aan te pakken en de vervuiler te belasten voor de last die hierdoor wordt veroorzaakt aan de gemeenschap;

        Overwegende dat het belastingreglement opnieuw dient te worden vastgesteld;

        Overwegende op de financiële toestand van de gemeente;

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        Voor de aanslagjaren 01/01/2026 t.e.m. 31/12/2031 wordt een belasting geheven op het weghalen en verwijderen van goederen en afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet voorziene plaatsen of tijdstippen, op niet-reglementaire wijze of in niet-reglementaire recipiënten.

        1. Sluikstorten of vervuiling van het openbare domein door:
          a. diverse papieren zwerfvuil met een volume van minder dan 0,01 m 3 (10 liter), zoals parkeerretributies en parkingtickets, met uitzondering van documenten waarop identiteitsgegevens zoals naam en adres staan vermeld tenzij er sprake is van betrapping op heterdaad.
          b. alle andere afvalstoffen met een volume van minder dan 0,01m 3 (10 liter), zoals kleine plastieken zakken, glazen of plastieken flessen, vlak glas, bokalen, blikjes, brikverpakkingen, potten, aardewerk, papier en karton, dozen, verpakkingen van etenswaren, sigarettenpeuken, voedsel(resten), kauwgum...;
          c. hondenpoep;
          d. voor milieu schadelijke afvalstoffen, zoals batterijen, spuitbussen, verfresten, olie, vet…;
          e. de volgens het politiereglement niet-tijdig ingehaalde door de ophaaldienst geweigerde zakken, correct geplaatst voor het juiste perceel;
          f. afval met een volume van 0,01m3 (10 liter) tot 0,25m3 (250 liter), zoals huisvuilzakken, autobanden...
          g. afval met een volume van meer dan 0,25m3 (250 liter) tot 1m³ (1 000 liter), zoals grofvuil, grote huisraad, koelkasten, bouwafval, tuinafval, boomstronken, autowrak...;
          h. afval met een volume van meer dan 1m³ (1 000 liter), zoals grofvuil, grote huisraad, koelkasten, bouwafval, tuinafval, boomstronken, autowrak...
        2. Deponeren van huishoudelijk afval (o.a. kleine plastic zakken) in of aan de straatvuilnisbakken op openbaar domein;
        3. Alle vuilnis en afval achtergelaten door marktkramers, exploitanten van kermisattracties en circussen op openbaar domein of op privaat eigendom van de stad;
        4. De reglementair aangebrachte plakkaten die niet werden verwijderd drie dagen na de activiteit waarop zij betrekking hebben, de niet-reglementair aangebrachte plakkaten, niet-reglementair aangebrachte aanplakkingen op stadsaanplakborden;
        5. Zelfklevers of aanplakkingen, aangebracht op straatmeubilair, signalisatie, schuilhuisjes, verlichtingspalen, marktkasten of stadseigendommen;
        6. Graffiti, aangebracht op straatmeubilair, signalisatie, schuilhuisjes, verlichtingspalen, marktkasten of stadseigendommen;
        7. De vlugschriften, publiciteitsflyers, prospectussen, stalen en folders van welke aard dan ook die op voertuigen, die op de openbare weg zijn geparkeerd, werden aangebracht door niet bevoegde diensten;
        8. Vervuiling van het openbaar domein door (landbouw)voertuigen en (grond)werken, zoals aarde, modder, (smeer)olie, snoeiafval, steengruis...

         

        Art. 3:

        De belasting is verschuldigd door de volgende natuurlijke of rechtspersonen, ingedeeld van 1 tot 8, waarbij elk cijfer correspondeert met het overeenkomstige cijfer uit artikel 2, dat de aard van de goederen en afvalstoffen specificeert:

        1. Degene die het papieren zwerfvuil op het openbaar domein heeft achtergelaten, de sluikstorter, de eigenaar van de afvalstoffen, de eigenaar van de hond of diegene die er het toezicht over heeft;
        2. De sluikstorter of de eigenaar van de afvalstoffen;
        3. De marktkramer, de exploitant van de kermisattractie of het circus;
        4. De aanplakker of degene die al dan niet de aanvraag tot aanplakking deed;
        5. Degene die de zelfklever(s) of aanplakkingen aanbrengt;
        6. Degene die de graffiti aanbrengt;
        7. Degene die de folders heeft verspreid, de verantwoordelijke uitgever of degene in wiens opdracht de verspreiding is gebeurd;
        8. Degene die de vervuiling heeft veroorzaakt, de verantwoordelijke aannemer of degene in wiens opdracht de werken werden uitgevoerd.

         

        Art. 4.

        De belasting is verschuldigd door de volgende natuurlijke of rechtspersonen, ingedeeld van 1. tot 8., waarbij elk cijfer correspondeert met het overeenkomstige cijfer uit artikel 2, dat de aard van de goederen en afvalstoffen specificeert:

        1.

        a)

        35 euro

         

        b)

        100 euro

         

        c)

        100 euro

         

        d)

        165 euro

         

        e)

        100 euro

         

        f)

        200 euro

         

        g)

        325 euro

         

        h)

        325 euro, vermeerderd met 130 euro per bijkomende (begonnen) m³

        2.

        97,5 euro

        3.

        Volume tot 0,01m³ (10l)

        100 euro

         

        Volume 0,01 m³ (10l) tot 0,25m³ (250l)

        200 euro

         

        Volume 0,25m³ (250l) tot 1m³ (1000l)

        325 euro

         

        Volume > 1m³ (1000l)

        325 euro vermeerderd met 130 euro per bijkomende (begonnen) m³

        4.

        65 euro voor de eerste aanplakking of plakkaat, vermeerderd met 20 euro per bijkomende aanplakking of plakkaat

        5.

        100 euro voor de eerste zelfklever of aanplakking, vermeerderd met 20 euro per bijkomende zelfklever of aanplakking

        6.

        ≤ 1m²

        130 euro

         

        >1m²

        130 euro, vermeerderd meter 130 euro per bijkomende m²

        7.

        130 euro per verdeelbeurt

        8.

        130 euro voor de eerste lopende meter, vermeerderd met 20 euro per bijkomende lopende meter

         

        Art. 5:

        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

         

        Art. 6:

        De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

         

        Art. 7:

        De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        Het bezwaarschrift kan ook via een duurzame drager worden ingediend zoals voorzien door het college van burgemeester en schepenen.

        Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

         

        Art. 8:

        De beëdigde personeelsleden van de stad en de leden van de lokale politie zijn gemachtigd om de vaststellingen te doen die aanleiding geven tot de toepassing van dit belastingreglement.

        Art. 9:

        Deze beslissing bekend te maken conform de wettelijke bepalingen.

      • Belastingreglement op aanvraag, vergunningen en diverse administratieve stukken/handelingen onder het beleidsdomein “Omgeving”

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

        Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en wijzigingen;

        Gelet op het decreet houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid van 05/04/1995 (DABM); Gelet op het Vlarem II en III;

        Gelet op het decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning en de daar uit volgende uitvoeringsbesluiten;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 19/12/2019 betreffende het belastingreglement op aanvragen, vergunningen en diverse administratieve stukken/handelingen onder het beleidsdomein 'Omgeving' o.m. in het kader van milieuwetgeving of wetgeving in het kader van ruimtelijke ordening voor een periode van 01/01/2020 tot en met 31/12/2024;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 22/10/2020 betreffende het belastingreglement op aanvragen, vergunningen en diverse administratieve stukken/handelingen onder het beleidsdomein 'Omgeving' o.m. in het kader van milieuwetgeving of wetgeving in het kader van ruimtelijke ordening voor een periode van 01/01/2020 tot en met 31/12/2024;

        Overwegende dat een aantal aanpassingen worden voorgesteld ingevolge gewijzigde omstandigheden, wetgeving en/of ter verduidelijking van het reglement;

        Overwegende de vergelijking met buurgemeenten en de steeds stijgende kosten is het aangewezen om het reglement in functie hiervan aan te passen;

        Overwegende de financiële toestand van de stad;

        Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Met ingang van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 wordt een gemeentebelasting geheven op aanvragen, vergunningen en diverse administratieve stukken/handelingen m.b.t. het beleidsdomein "Omgeving" o.m. in het kader van milieuwetgeving of wetgeving in het kader van ruimtelijke ordening :

        AFDELING 1: AANVRAAG TOT OMGEVINGSVERGUNNING EN MELDINGEN.

        Art. 1:

        De belasting is verschuldigd door diegene die de aanvraag tot omgevingsvergunning of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan aan de vergunninghouder of exploitant (dus ook bij een weigering of intrekking).

        Art. 2 :

        De belasting wordt als volgt vastgesteld:

        Het basistarief voor een aanvraag van een omgevingsvergunning of een melding bedraagt 75 euro per aanvraag.

         

        Volgende toeslagen zijn cumulatief van toepassing bovenop het basistarief:

        -            75 euro per 'bijkomende' eenheid (dat kan zowel een woning, appartement, zorgwoning, bedrijfs-, kantoor- of handelsruimte zijn of een mix) bij een stedenbouwkundige handeling en/of bij een ingedeelde inrichting of activiteit.

        -            100 euro per 'bijkomend’ lot of eenheid (dat kan zowel een woning, appartement, zorgwoning, bedrijfs-, kantoor- of handelsruimte zijn of een mix) bij een aanvraag tot verkaveling en/of verkavelingswijziging.

        -            50 euro als advies van de OVC (omgevingsvergunningscommissie) noodzakelijk is,

        -            50 euro als er een wijziging gebeurt aan de aanvraag naar aanleiding van de ingewonnen adviezen of opmerkingen bij een openbaar onderzoek of op vraag van de aanvrager (wijzigingslus),

        -            50 euro bij een gemengd dossier dat zowel Stedenbouwkundige handelingen (SH) bevat als Ingedeelde Inrichtingen Of Activiteiten (IIOA),

        -            50 euro bij boscompensatieregeling,

        -            150 euro bij een regularisatieaanvraag,

        -            150 euro per projectvergadering,

        -            150 euro per informatievergadering,

        -            50 euro bij een aanvraag IIOA klasse 2,

        -            130 euro bij het indienen van een voorafgaande verklaring voor beperkte uitbreidings- of verhuisprojecten voor een bestaande reeds socio-economisch vergunde handelsvestiging.

        -            325 euro indien de aanvraag kleinhandelsactiviteiten bevat met een netto handelsoppervlakte van meer dan 400m2 (nieuwbouw, binnen een bestaand gebouw of bij uitbreiding),

        -            200 euro bij een VR of MER-rapport (veiligheids- of milieueffectenrapport),

        -            250 als het dossier ook wegenis ('zaak der wegen) of gratis grondafstand omvat aan de stad,

        -            50 euro voor een vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente omgevingsvergunning van onbepaalde duur,

        -            50 euro voor het bekendmaken van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van 20 jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur,

        -            50 euro voor het verzoek tot bijstelling of vraag tot afwijking van de milieuvoorwaarden,

        -            50 euro voor de melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit,

        -            50 euro voor een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen,

        -            5 euro per affiche m.b.t. bekendmaken van beslissing,

        -            de verzendingskost: prior A4/A3: 3,50 euro,

        -            de verzendingskost: aangetekende zending A4/A3: 12,50 euro,

        Art. 3:

        Belastingtarieven van toepassing op enkele specifieke aanvragen:

        -            30 euro voor het verzaken, de éénzijdige afstand of de opheffing van de verkavelingsvergunning op verzoek van de aanvrager,

        -            75 aanvraag tot opname in het vergunningsregister,

        -            75 euro voor de schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning voor wat betreft de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit.

        -            20 euro per stuk per aanvraag van diverse administratieve stukken (digitaal, kopieën van vergunning, plannen, uittreksels van beslissingen…) in het kader van de dienst omgeving.

         

        AFDELING 2: STEDENBOUWKUNDIG ATTEST.

        Art. 4:

        De belasting is verschuldigd door diegene die de aanvraag tot het attest heeft ingediend (dus ook bij een weigering of intrekking).

        Art. 5:

        Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt bepaald op 75 euro per attest.

         

        AFDELING 3: PLANOLOGISCH ATTEST.

        Art. 6:

        De belasting is verschuldigd door de persoon/instantie die het attest aanvraagt (dus ook bij een weigering of intrekking).

        Art. 7:

        Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt bepaald op 1.300 euro per attest.

         

        AFDELING 4: BEBOSSING.

        Art. 8:

        De belasting is verschuldigd door de persoon/instantie aan wie de vergunning wordt verleend (dus ook bij een weigering of intrekking).

        Art. 9:

        Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt bepaald op 50 euro per perceel waarop de vergunning van toepassing is.

         

        AFDELING 5: TIJDELIJKE VERKEERSREGLEMENTEN, SIGNALISATIEVERGUNNINGEN en TOELATINGEN VAN DE BURGEMEESTER.

        Art. 10:

        De belasting is verschuldigd door de organisator van de activiteit/evenement waarvoor een tijdelijk verkeersreglement (TVR), een signalisatievergunning of een toelating van de burgemeester vereist is (SV).

        Deze belasting staat los van het gemeentelijk retributiereglement en/of het gemeentelijke belastingsreglement 'inname openbaar domein'.

        Art. 11:

        Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgelegd:

        Organisator

        Activiteit

        Bedrag TVR

        Bedrag SV

        OCMW, politie, brandweer en andere organisatoren i.s.m. gemeentelijke diensten

        Carnaval, kermissen, markten, beurzen, ...

        Vrijgesteld

        Vrijgesteld

        Particulier of aannemer in opdracht van particulier voor kleine werken (zonder winstoogmerk)

        Verhuis, verbouwing, feest, plaatsing container of stelling, tuinaanleg, leveringen, …

        6,50 euro

        13 euro

        Bedrijf, zelfstandige, horeca van Zoutleeuw (of in groep)

        Fuif, evenement, beurs, tentoonstelling, markt, …

        13 euro

        26 euro

        Bedrijf, zelfstandige, horeca buiten Zoutleeuw (of in groep)

        Fuif, evenement, beurs, tentoonstelling, …

        26 euro

        26 euro

        Aannemer bouw- of infrastructuurwerken

        Wegenwerken, rioleringswerken, bouwprojecten met meer als 1 woning of 2 appartementen of als ontwikkelaar, en per werfplaats of straat

        65 euro

        130 euro

        Erkende verenigingen, VZW, scholen, dorpsfeesten/wijkcomités, … van Zoutleeuw

        Met lokaal karakter

        6,50 euro

        13 euro

        Erkende verenigingen, VZW, scholen, dorpsfeesten/wijkcomités, … buiten Zoutleeuw

        Met lokaal karakter

        13 euro

        26 euro

        Verenigingen, …

        Wielerwedstrijden, doortochten

        13 euro

        26 euro

        Grote manifestaties (bovenlokaal karakter) ongeacht soort organisator

        Motocross, autocross/rally, kampioenschappen, jumpingwedstrijden, …

        65 euro

        130 euro

        Dit bedrag wordt vermeerderd met 26 euro indien er ook politietoezicht vereist is.

        Art. 12:

        Voor een toelating van de burgemeester voor het organiseren van een evenement is een belasting van 6,50 euro per toelating verschuldigd.

        Art. 13:

        Er kan tevens een vergunning bekomen worden voor het permanent plaatsen van verkeersborden type F34a, F35, F37 of andere privé-wegwijzers. Voor deze vergunning is een belasting voorzien van 13 euro/bord. Dit staat los van de retributie aangaande technische dienstverlening (daar gaat het over de plaatsing en eventuele aankoop van deze borden door de gemeentelijke diensten).

        Art.14:

        De belasting is slechts 1x verschuldigd per activiteit (vb: indien de opdrachtgever van een werk de verschuldigde belasting betaalt is de uitvoerende aannemer hiervan vrijgesteld of omgekeerd).

         

        Art. 2:

        De invordering van deze belasting zal geschieden als een contantbelasting, door middel van een betalingsuitnodiging. Bij gebrek aan betaling binnen de voorgeschreven termijn, wordt de belasting ingevorderd bij wijze van een kohier, overeenkomstig de voorschriften van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

         

        Art. 3:

        Bij de organisatie van openbare onderzoeken is er een bijkomende belasting verschuldigd op de hierboven vastgestelde belastingen. Deze belasting is bijkomend van toepassing op alle aanvragen of afgiften van stukken waarvoor conform de geldende reglementering een openbaar onderzoek vereist is of wanneer dit noodzakelijk geacht wordt door de dienst omgeving. De belasting wordt als volgt vastgesteld per geadresseerde:

        -            de verzendingskost: prior A4/A3: 3,50 euro

        -            de verzendingskost: aangetekende zending A4/A3: 12,50 euro;

        -            organisatie van een openbaar onderzoek: 50 euro;

        -            publicatie in dag- of weekbladen: werkelijke kostprijs;

        -            affiche m.b.t. bekendmaking van het openbaar onderzoek (A2-formaat): 5 euro/stuk.

         

        Art. 4:

        Indien het door de wetgever nog toegelaten is dat een aanvraag analoog kan worden ingediend en de dienst omgeving deze aanvragen verplicht dient te digitaliseren en in te brengen in het digitaal loket voor behandeling is een bijkomende belasting verschuldigd door de aanvrager van een vergunning/melding/attest.

        De belasting wordt als volgt vastgesteld:

        -            250 euro voor het digitaliseren en inbrengen van de aanvraag in het digitaal loket,

        -            20 euro per analoge afdruk van een aanvraagformulier en bijhorende addenda.

         

        Art. 5:

        Aanvragen, meldingen en stukken rechtstreeks aangevraagd door gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen alsook de instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van deze belasting.

         

        Art.6:

        Deze belasting treedt in werking op 01/01/2026.

         

        Art. 7 :

        Deze beslissing bekend te maken conform de wettelijke bepalingen.

         

      • Belasting inname openbaar domein

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 18/12/2018 betreffende het belastingsreglement inname openbaar domein;

        Overwegende dat de geldigheidsduur van het belastingreglement op inname openbaar domein zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18/12/2018 verstrijkt op 31/12/2025;

        Overwegende dat het bestuur voorstelt het belastingreglement opnieuw vast te stellen;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Onthouders: Lowie Pierards
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 1 onthouding

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Met ingang van 01/01/2026 wordt ten behoeve van de gemeente voor de aanslagjaren 01/01/2026 t/m 31/12/2031 een belasting geheven op inname van openbaar domein :

        AFDELING 1 : KERMISSEN

        Art. 1 :
        De belasting wordt vastgesteld als volgt :

        • een attractie met een oppervlakte kleiner dan 100 m' : 7,50 EUR per lopende meter,

        een attractie met een oppervlakte van 100 m2 en meer : 12,50 EUR per lopende meter.

        Art. 2:
        De gevelafmetingen die gelden voor het berekenen van de belasting voor de hele kermisperiode, worden vastgesteld tussen de delen van de inrichtingen die het verst boven of tegen de grond uitsteken. De exacte afmeting zal worden aangerekend. Voor de inrichtingen "automatische spelen", "amusementshallen" en voor elke inrichting op een hoekplaats zal de langste zijde (gevellengte of diepte van de instelling) in aanmerking komen voor de berekening van de belasting.

        Art. 3 :
        De belasting moet bij de afgifte van de vergunning contant betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs of door overschrijving op de bankrekening van de stad, uiterlijk de dag van het opstellen van de kermisattracties. Bij gebrek van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.

        Art. 4 :
        De aanvraag tot inname van een standplaats op de kermis moet gericht worden aan het schepencollege. Deze is gemachtigd de vergunning te verlenen indien de vrije doorgang niet wordt belemmerd en/of de verkeersregeling is verzekerd door bijzondere schikkingen

        AFDELING 2 : WEKELIJKSE MARKT

        Art. 5 :
        De belasting wordt vastgesteld als volgt :

        • 0,75 EUR per lopende meter en per marktdag (met een minimum van 5 meter) voor vaste marktkramers die op basis van een vergunning betalen. 
        • 10 EUR per marktdag voor standwerkers. Elk gedeelte van een lopende meter wordt voor een volledige meter gerekend.
        Art. 6 :
        De oppervlakte van de kramen zal vastgesteld worden op de meest uitspringende gedeelten, hetzij boven aan de kop, hetzij aan de voet. De holten worden als aangevuld aanzien. De kramen die rond zijn worden als vierkant beschouwd. De opmeting geschiedt door de verantwoordelijke marktleider.
         
        Art. 7 :
        Voor de vaste marktkramers is de belasting verschuldigd bij afgifte van de vergunning en dient contant te worden betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of door overschrijving op de bankrekening van de stad, binnen de veertien dagen na aanvang van de vergunning. Bij het niet nakomen van deze betalingstermijn vervalt de vergunning. Voor marktkramers die in de loop van het jaar een vergunning krijgen voor de inname van een standplaats op de wekelijkse markt, wordt de verschuldigde belasting berekend aan het vastgesteld tarief en voor alle resterende weken van het lopende jaar. De verschuldigde belasting wordt bij afgifte van de vergunning betaald tegen afgifte van een ontvangstbewijs. De standwerkers moeten de belasting contant betalen tegen afgifte van een betalingsbewijs, dat aan de bevoegde toezichter op diens verzoek moet worden vertoond. Bij gebrek van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
         
        Art. 8 :
        De aanvraag tot inname van een standplaats op de wekelijkse openbare markt moet gericht worden aan het schepencollege. Deze is gemachtigd de vergunning te verlenen indien de vrije doorgang niet wordt belemmerd en/of de verkeersregeling is verzekerd door bijzondere schikkingen.
         
        Art. 9 :
        De gemeente verwerpt elke verantwoordelijkheid tegenover de vergunninghouder of tegenover derden voor wat betreft de uitgestalde waren, de kramen en de voertuigen en eventueel ander materiaal, om het even waar zij zich bevinden. De vergunninghouder draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid, ook tegenover derden of tegenover het bestuur, voor de handelingen en de schade, om het even van welke aard, voortvloeiend uit het gebruik van zijn vergunning, uit het gewone feit zich ter plaatse te bevinden of uit welk danige oorzaak ook.
         
        Art. 10 :
        Voor de berekening van de ingenomen oppervlakten wordt elk gedeelte van een vierkante meter voor een volledige vierkante meter gerekend.
         
        Art. 11:
        De belasting moet bij de afgifte van de vergunning contant betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
         
        Art. 12 :
        De aanvraag tot inname van het openbaar domein moet gericht worden aan het schepencollege. Deze is gemachtigd de vergunning te verlenen indien de vrije doorgang niet wordt belemmerd en/of de verkeersregeling is verzekerd door bijzondere schikkingen. De toegestane vergunning heeft slechts volledige uitwerking na betaling van de verschuldigde belasting en heeft ook slechts betrekking op de aangevraagde periode. Voor iedere vernieuwing of verlenging is een nieuwe aanvraag nodig.
         
        AFDELING 3 : INNAME VOOR ALLERLEI AUTOMATEN, VOOR MATERIALEN, VOORWERPEN, MACHINES, SCHUTSELS EN DERGELIJKE MET HET OOG OP HET UITVOEREN VAN WERKEN DIE NIET VAN OPENBAAR NUT ZIJN EN VOOR OCCASIONELE INNEMINGEN ANDERE DAN DEZE BEPAALD HIERBOVEN
         
        Art. 13:
        De belasting wordt vastgesteld als volgt :
        a) Voor allerlei automaten : 25 EUR per jaar per automaat.
        b) Voor materialen, voorwerpen, machines, schutsels en dergelijke geplaatst op het openbaar domein met het oog op het uitvoeren van werken die niet van openbaar nut zijn : 0,50 EUR per m² per dag met een minimum van 20 EUR per aangifte.
        c) Voor occasionele innemingen van het openbaar domein, andere dan deze bepaald hierboven en die niet het voorwerp uitmaken van specifieke belasting- of retributiereglementen:
        - zonder handels- of bedriifskarakter: 0,25 EUR per m2 per dag met een minimum van 20 EUR per aangifte
        - met handels- of bedriifskarakter : 0,50 EUR per m2 per dag met een minimum van 10 EUR per aangifte.
         
        Art. 14:
        Voor de berekening van de belasting is de oppervlakte die dient in aanmerking te worden genomen, die van de rechthoek die fictief rond het voorwerp of de groep van voorwerpen, die zich op het openbaar domein bevinden, kan getrokken worden. Voor alles wat zich boven of onder de begane grond bevindt, zal de bepaling van de rechthoek geschieden met gebruik van loodlijnen. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
         
        Art. 15: 
        De belasting moet bij de afgifte van de vergunning contant betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs of door overschrijving op de bankrekening van de stad. Bij gebrek van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
         
        Art. 16:
        De vergunning voor de ingebruikname van het openbaar domein wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor wat het geregeld en langdurig gebruik betreft, na advies van de bevoegde diensten, en door de bevoegde ambtenaar van het stadsbestuur van Zoutleeuw voor wat het uitzonderlijk en kortstondig gebruik betreft.
        Aanvragen tot machtiging voor langdurig of blijvend gebruik moeten minstens één maand voor het begin van het gebruik worden ingediend.
        Aanvragen tot kortstondig gebruik moeten minstens vijf werkdagen voor het begin van het gebruik worden ingediend.
        Alle aanvragen moeten ingediend worden bij de bevoegde ambtenaar van het stadsbestuur van Zoutleeuw.
        De machtigingsaanvraag vermeldt alle elementen die noodzakelijk zijn voor de berekening van de belasting. Hetzelfde geldt voor elke wijzigingsaanvraag.
         
        AFDELING 4 : ALGEMENE BEPALINGEN

        Art. 17: 
        De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning voor de inname van het openbaar domein.
        De natuurlijke of rechtspersoon die het openbaar domein inneemt is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        Art. 18:
        De belasting is verschuldigd zonder dat de betrokkene kan aanspraak maken op enig recht, tijdelijk of blijvend. Hij heeft evenwel de plicht om op het eerste verzoek van het bestuur of de lokale politie het gebruik op te heffen of te beperken zonder hiervoor enige aanspraak op vergoeding of terugbetaling te kunnen maken. De betaling van de belasting brengt voor de gemeente geen enkele speciale toezichtstaak of aansprakelijkheid met zich mee. Het privaat gebruik van het openbaar domein gebeurt op eigen risico van de begunstigde van de machtiging en onder zijn verantwoordelijkheid.
         
        Art. 19:
        De vergunning tot het innemen van de standplaats wordt verleend zonder dat de vergunninghouder enig recht van erfdienstbaarheid op de openbare weg kan doen gelden, en onder uitdrukkelijke voorwaarde dat zij kan ingetrokken worden of tijdelijk of gedeeltelijk geschorst worden indien dit nodig geacht wordt. De terugtrekking en de schorsing geven geen recht op een schadevergoeding.

        Art. 20:
        Zijn vrijgesteld van deze retributie :

        • verenigingen met een uitsluitend menslievend doel zonder enig winstgevend oogmerk, 
        • caritatieve organisaties en Zoutleeuwse sociale, culturele en sportieve verenigingen erkend door het stadsbestuur, 
        • de innemingen van openbaar domein tijdens braderieën, de jaarlijkse avondmarkt, Kapelkermis en kerstmarkt zijn niet onderworpen aan deze belasting,
        • onderwijsinstellingen op het grondgebied van Zoutleeuw voor de innemingen van openbaar domein wekelijkse markt vermeld onder afdeling 2 en voor occasionele innemingen vermeld onder afdeling 3 punt c)
        • de innemingen van openbaar domein voor het plaatsen van afgebakende terrassen door horecazaken.
         
        Art. 2 :
        Het belastingreglement treedt in werking op 01/01/2026.
         
        Art. 3 :
        Deze beslissing bekend te maken conform de wettelijke bepalingen.
      • Vaststelling meerjarenplan 2026-2031

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, hierna genoemd DLB;

        Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30/03/2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen en latere wijzigingen;

        Gelet op het ministerieel besluit van 26/06/2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen en latere wijzigingen;

        Gelet op de Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18/07/2025 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

        Gelet op het besluit van de gouverneur van 17/10/2025 tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de stad en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Zoutleeuw;

        Gelet op schema M2, de staat van het financieel evenwicht;

        Overwegende dat gemeente en OCMW volgens de regels van de nieuwe BBC 3.0-regelgeving een meerjarenplan moeten opmaken;

        Overwegende het ontwerp-meerjarenplan 2026-2031 en de daarbij horende stukken;

        Overwegende het advies van het managementteam d.d. 22/12/2025;

        Overwegende dat het meerjarenplan een periode moet bestrijken die loopt van het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen tot en met het jaar dat volgt op de volgende gemeenteraadsverkiezingen (art. 254 DLB); dat aldus een meerjarenplan moet worden opgemaakt voor de periode 2026-2031;

        Overwegende dat het meerjarenplan van gemeente en OCMW één geïntegreerd geheel vormen; dat de OCMW-raad en de gemeenteraad met toepassing van artikel 249, §3, DLB elk hun deel van het meerjarenplan 2026-2031 dienen vast te stellen; dat vervolgens de gemeenteraad het OCMW-gedeelte van het meerjarenplan, zoals door de Raad vastgesteld, dient goed te keuren; dat ingevolge deze goedkeuring het meerjarenplan geacht wordt in zijn geheel te zijn vastgesteld;

        Overwegende dat het voorliggende ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 tenminste veertien dagen voor de vergadering aan de raadsleden werd bezorgd; dat de beleidsdoelstellingen en beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid wordt weergegeven in de strategische nota en dat de financiële vertaling hiervan blijkt uit de financiële nota; dat het geraamde beschikbaar resultaat per boekjaar groter dan of gelijk is aan 0; dat de geraamde autofinancieringsmarge voor het laatste boekjaar van de planningsperiode groter is dan 0; dat het meerjarenplan 2026-2031 aldus voldoet aan de evenwichtsvoorwaarden;

        Gelet op het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 met het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge zoals blijkt uit onderstaande tabel en overeenkomstig het schema M2 en de daarbij horende stukken, zoals aangehecht als bijlage bij huidige beslissing en waarbij het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen;

         

          2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Beschikbaar budgettair resultaat 81.602 53.250 45.881 42.842 802.122 876.251
        Autofinancieringsmarge -1.844.897 -1.712.499 -1.455.643 -1.724.865 199.886 277.064

         

        Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

        Na beraadslaging;

         

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann
        Tegenstanders: Etienne Wouters, Lowie Pierards
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 2 stemmen tegen

        BESLUIT:

        Artikel 1 :

        Het deel gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 wordt vastgesteld.

         

        Art. 2 :

        De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031, dat vastgesteld werd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, goed en stelt daarmee het meerjarenplan 2026-2031, dat deel uitmaakt van onderhavige beslissing, met onderstaand beschikbaar budgettair resultaat en autofinancieringsmarge, in zijn geheel definitief vast.

          2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Beschikbaar budgettair resultaat 81.602 53.250 45.881 42.842 802.122 876.251
        Autofinancieringsmarge -1.844.897 -1.712.499 -1.455.643 -1.724.865 199.886 277.064


        Art. 3 :

        Deze beslissing in te schrijven op de lijst die wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285, §1, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en onderhavige beslissing integraal bekend te maken via de website van de stad en via het digitaal loket.

    • Intergemeentelijke en andere samenwerkingsverbanden

      • Verslaggeving Burgemeestersoverleg regionale samenwerking Oost-Brabant: vergadering 16/05/2025 en 27/06/2025

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het regiodecreet d.d. 3/02/2023;

        Gelet op het decreet lokaal bestuur d.d. 22/12/2017;

        Overwegende dat het regiodecreet voorziet in de periodieke agendering van de regiowerking van het burgemeesteroverleg op de gemeenteraad;

        Gelet op de verslagen van het Burgemeestersoverleg Interleuven d.d. 16/05/2025 en 27/06/2025;

        BESLUIT:

        Enig artikel:

        De gemeenteraad neemt kennis van de verslagen van het Burgemeestersoverleg d.d. 16/05/2025 en 27/06/2025.

      • Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Academies Haspengouw Beeld en Podium - verderzetting - goedkeuren samenwerkingsovereenkomst

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017, in het bijzonder artikel 392-395;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 17/04/2001 houdende de oprichting van het intergemeentelijk overeenkomst deeltijds onderwijs met de stad Sint-Truiden als beherende gemeente;

        Gelet op de verlenging van het intergemeentelijk samenwerkingsverband in 2007, 2013 en 2019 volgens de modaliteiten van de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst;

        Overwegende dat het beheerscomité in functie van het DLB een verlenging van het IGS voorstelt op basis van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst;

        Overwegende dat intergemeentelijke samenwerking de enige mogelijkheid is om professioneel kunstonderwijs te kunnen aanbieden in de stad Zoutleeuw;

        Gelet op het ontwerp van overeenkomst zoals besproken in het beheerscomité van 06/11/2025;

        Gelet op de bespreking van de modaliteiten van de samenwerkingsovereenkomst in het schepencollege van 01/12/2025;

        Gelet op de bijdrage van de stad: 

        • € 3.500 euro per Academie ( Beeld en Podium)
        • € 250 euro per klas beeldende en audiovisuele kunst
        • € 250 euro per graad muziek, woord-drama en dans

        Overwegende dat deze bedragen jaarlijks aangepast worden aan de gezondheidsindex, met als referentiepunt de gezondheidsindex op 1/04/2018;

        Overwegende dat de vertegenwoordiger/plaatsvervanger namens de stad in het beheerscomité aangeduid werden in de gemeenteraadszitting dd. 27/02/2025, zijnde 

        • Effectief lid: Annita Reniers (2025-2027) en Jelle Daniëls (2028-2030)
        • Plaatsvervangend lid: Jelle Daniëls (2025-2027) en Annita Reniers (2028-2030)
        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        Akkoord te gaan met het verlengen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband onder de vorm van een ILV (Academies Haspengouw Beeld en Podium) voor de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs op het grondgebied van Zoutleeuw en dit in samenwerking met de gemeenten Geetbets, Gingelom, Halen, Heers, Herk-de-Stad, Landen en Nieuwerkerken, en met de stad Sint-Truiden als beherende gemeente.

        Art.2:

        De ILV wordt opgericht vanaf het schooljaar 2025-2026 tot en met het schooljaar 2030-2031.

        Art. 3:

        De voorgestelde intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.

        Art. 4 :

        Onderhavige beslissing bekend te maken krachtens het decreet lokaal bestuur.

      • Textielinzameling, -ophaling en -verwerking : beheersoverdracht EcoWerf

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op het decreet over het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen van 23/12/2011 en latere wijzigingen;

        Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17/02/2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement over het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema) en latere wijzigingen;

        Gelet op de beslissing van het schepencollege d.d. 09/05/2022 betreffende het leveren, plaatsen, beheren en ledigen van textielcontainers op grondgebied Zoutleeuw en gunning aan Vlaams Inzamelcentrum Textiel voor de periode van 01/07/2022 tot en met 30/06/2026;

        Gelet op de beslissing van de gemeenteraad d.d. 27/05/2021 betreffende beheersoverdrachten aan EcoWerf; 

        Gelet op de princiepsbeslissing van het schepencollege d.d. 15/12/2025 betreffende beheersoverdracht van textiel aan EcoWerf; 

        Overwegende dat gemeenten producthergebruik moeten stimuleren in het kader van duurzaam materialenbeheer. Herbruikbare goederen zijn alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die geschikt gemaakt kunnen worden voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken en platen, speelgoed en dergelijke. Producthergebruik is het opnieuw aanwenden van een product en/of onderdeel in het afvalstadium voor hetzelfde doel als waarvoor het oorspronkelijk bestemd was;

        Overwegende dat gemeenten de mogelijkheid hebben beheersoverdracht te doen ten aanzien van deze verplichting ten voordele van een opdrachthoudende vereniging. Het intergemeentelijk milieubedrijf EcoWerf, als opdrachthoudende vereniging, voert het materiaalbeleid uit van haar deelnemende gemeenten, inclusief het stimuleren van producthergebruik. Het is de wens van de gemeente om lokale/regionale tewerkstelling te stimuleren, in het bijzonder van werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt;

        Overwegende dat het intergemeentelijk milieubedrijf EcoWerf op 20/02/2025 de overheidsopdracht “Inzameling textiel via textielcontainers op standplaatsen en recyclageparken EcoWerf” (mededingingsprocedure met onderhandeling) uitschreef. Het betreft een voorbehouden opdracht aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben. De opdracht werd gegund aan de Maatschap textielinzameling Oost-Brabant (bestaand uit 2 rechtspersonen: vzw spit Tewerkstelling en vzw De Kringwinkel) voor de periode 1/01/2026 tot 31/12/2027. De opdracht kan stilzwijgend verlengd worden voor een periode van één jaar en nogmaals eenmalig verlengd tot uiterlijk 31/12/2029;

        Overwegende dat op Europees niveau men momenteel werkt aan een UPV-regeling inzake textiel. Dit is een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) dat ervoor zorgt dat bedrijven die producten maken ook verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en hergebruiken van het afval van die producten. Voorlopig lijkt het erop dat er geen impact is op de verantwoordelijkheid van gemeenten inzake het inzamelen van textiel;

        Overwegende dat de opdrachthoudende vereniging een samenwerkingsverband is met beheersoverdracht, waaronder wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van de door hen genomen beslissingen in kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of met derden dezelfde opdracht uit te voeren;

        Overwegende dat de gemeentelijke deelnemers beslissen over de beheersoverdracht overeenkomstig de statuten van het samenwerkingsverband;

        Overwegende dat de gemeenteraad in zitting van 27/05/2021 de volgende beheersoverdrachten aan EcoWerf heeft bevestigd: 

        Nr

        Naam

        Pakket

        Beheersoverdracht (X)

        1.

        Preventie en communicatie

         

         

        1.1

        Preventie en communicatie

        basis

        X

        2.

        Huis-aan-huis

         

         

        2.1

        Huis-aan-huisinzameling

        basis

        X

        2.1.1

        Inzameling restafval

        basis

        X

        2.1.2

        Inzameling gft

        basis

        X

        2.1.3

        Inzameling papka

        basis

        X

        2.1.4

        Inzameling pmd

        basis

        X

        2.1.5

        Inzameling grofvuil

        basis

        X

        2.1.6

        Inzameling oude metalen

        optioneel

        X

        2.1.7

        Inzameling snoeihout

        optioneel

         

        2.2

        Verwerking afval huis-aan-huisinzameling

        basis

        X

        2.3

        DifTar huis-aan-huis

        optioneel

        X

        2.4

        Papka in containers

        optioneel

        X

        3.

        Glas

         

         

        3.1

        inzameling en verwerking glas

        basis

        X

        4.

        Recyclagepark

         

         

        4.1

        Uitbating recyclagepark

        basis

        X

        4.2

        Verwerking en transporten recyclagepark

        basis

        X

        4.3

        DifTar recyclagepark

        optioneel

        X

        5.

        Herbruikbare goederen

         

         

        5.1

        Dienstverlening kringwinkel

        optioneel

        X

        5.2

        Inzameling textiel

        optioneel

         

        6.

        Gemeentelijk afval

         

         

        6.1

        Verwerking bermmaaisel

        optioneel

         

        6.2

        Verwerking kolkenslib

        optioneel

         

        6.3

        Verwerking veegslib

        optioneel

         

        99

        Tijdelijk gebruik EcoWerf recyclagepark

         

         

        99.1

        Tijdelijk gebruik EcoWerf recyclagepark

        tijdelijk

         

        99.2

        Verwerking en transporten afkomstig uit 99.1

        tijdelijk

         

        Overwegende dat de gemeente de beheersoverdracht die zij deed bij voormelde gemeenteraadsbeslissing wenst uit te breiden met 5.2 inzameling textiel;

        Overwegende dat de locaties op basis van de huidige locaties en inzamelhoeveelheden, in overleg met EcoWerf worden bepaald;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        De gemeenteraad beslist in het kader van haar opdracht inzake duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en van haar deelname aan de opdrachthoudende vereniging EcoWerf, de beheersoverdracht aan EcoWerf uit te breiden met 5.2 het inzamelen van textiel. 

        De beheersoverdrachtentabel ziet er bijgevolg als volgt uit: 

        Nr

        Naam

        Pakket

        Beheersoverdracht (X)

        1.

        Preventie en communicatie

         

         

        1.1

        Preventie en communicatie

        basis

        X

        2.

        Huis-aan-huis

         

         

        2.1

        Huis-aan-huisinzameling

        basis

        X

        2.1.1

        Inzameling restafval

        basis

        X

        2.1.2

        Inzameling gft

        basis

        X

        2.1.3

        Inzameling papka

        basis

        X

        2.1.4

        Inzameling pmd

        basis

        X

        2.1.5

        Inzameling grofvuil

        basis

        X

        2.1.6

        Inzameling oude metalen

        optioneel

        X

        2.1.7

        Inzameling snoeihout

        optioneel

         

        2.2

        Verwerking afval huis-aan-huisinzameling

        basis

        X

        2.3

        DifTar huis-aan-huis

        optioneel

        X

        2.4

        Papka in containers

        optioneel

        X

        3.

        Glas

         

         

        3.1

        inzameling en verwerking glas

        basis

        X

        4.

        Recyclagepark

         

         

        4.1

        Uitbating recyclagepark

        basis

        X

        4.2

        Verwerking en transporten recyclagepark

        basis

        X

        4.3

        DifTar recyclagepark

        optioneel

        X

        5.

        Herbruikbare goederen

         

         

        5.1

        Dienstverlening kringwinkel

        optioneel

        X

        5.2

        Inzameling textiel

        optioneel

        X

        6.

        Gemeentelijk afval

         

         

        6.1

        Verwerking bermmaaisel

        optioneel

         

        6.2

        Verwerking kolkenslib

        optioneel

         

        6.3

        Verwerking veegslib

        optioneel

         

        99

        Tijdelijk gebruik EcoWerf recyclagepark

         

         

        99.1

        Tijdelijk gebruik EcoWerf recyclagepark

        tijdelijk

         

        99.2

        Verwerking en transporten afkomstig uit 99.1

        tijdelijk

         

        Art. 2:

        De gemeenteraad beslist om deze beheersoverdracht te laten ingaan zodra de textielovereenkomst met VICT stopt.

        Art. 3:

        Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan de financieel beheerder van de stad Zoutleeuw en aan EcoWerf.

      • Convenant samenwerking Erfgoedstichting Vlaams-Brabant 2026-3031 en afvaardiging structurele adviescommissie

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 inzonderheid, artikel 41;

        Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 27/05/2021 houdende ‘Toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant 2021-2025’;

        Gelet op het decreet van 12/07/2013 betreffende het onroerend erfgoed (“Onroerenderfgoeddecreet”);

        Gelet op het decreet van 26/02/2018 tot wijziging van het decreet van 23/06/2008 betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen;

        Gelet op het decreet van 27/04/2017 houdende instemming met de kaderconventie van de Raad van Europa over de waarde van het cultureel erfgoed voor de samenleving, opgesteld in Faro op 27/10/2005;

        Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16/05/2014 betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12/07/2013 (“Onroerenderfgoedbesluit”);

        Gelet op het besluit van de Provincieraad van Vlaams-Brabant van 17/11/2020 betreffende de oprichting van de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant als een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm met structuur van een Stichting van Openbaar Nut (SON) vanaf 01/01/2021;

        Overwegende dat ERF een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm is en als belangeloos doel, ten dienste van de gemeenschap heeft: de verwerving, bescherming, herstel, behoud, beheer en ontsluiting van onroerend erfgoed en van cultuurhistorische landschappen in haar bezit of in haar beheer in Vlaams-Brabant. De Stichting neemt een voorbeeldrol op inzake onroerenderfgoedzorg en draagt bij aan het vergroten van het draagvlak voor het onroerend erfgoed in Vlaams-Brabant;

        Overwegende dat, daar waar Erfgoedstichting Vlaams-Brabant onroerend erfgoed verwerft, het lokaal bestuur - onder coördinatie van de Erfgoedstichting - in goed (financieel) rentmeesterschap verder instaat voor het beheer, inrichting, onderhoud en resterende restauratiekost van het goed;

        Overwegende dat de Erfgoedstichting het herbestemmingsdossier, restauratiedossier en de mogelijke subsidiedossiers faciliteert. Bovendien kan -conform het onroerend erfgoedbesluit- aan sites in beheer van een erfgoedstichting een bijkomende verhoogde erfgoedpremie van 10 % van de aanvaarde kostenraming worden toegekend ;

        Overwegende dat het lokaal bestuur een prioritaire partner is;

        Overwegende dat het onroerend erfgoed ontsloten wordt ten dienste van de gemeenschap;

        Overwegende dat het lokaal bestuur instemt met een jaarlijkse solidariteitsbijdrage vanaf 2026 aan ERF van 0,20 euro per inwoner op basis van zijn inwonersaantal van 01/01/2025 voor de periode 2026-2031, namelijk 1752,4 euro;

        Overwegende dat deze convenant wordt afgesloten voor een periode van zes jaar: van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031;

        Overwegende dat het lokaal bestuur, indien er in samenspraak op zijn grondgebied een aankoopakte wordt verleden door Erfgoedstichting Vlaams-Brabant, minimaal 30% van de totale aankoopkost zal dragen;

        Overwegende dat de stad Zoutleeuw een vertegenwoordiger moet afvaardigen voor de structurele adviescommissie van Erfgoedstichting Vlaams-Brabant voor de gehele legislatuur;

        Overwegende dat de structurele adviescommissie wordt samengesteld door de burgemeesters van de lokale besturen;

        Overwegende dat wordt voorgesteld de volgende afgevaardigden aan te duiden:

        -          Vertegenwoordiger: Guy Dumst (2026-2028) en Boudewijn Herbots (2029-2030)

        Overwegende dat de gemeenteraad overgaat tot geheime stemming, waarna de 2 jongste raadsleden de voorzitter bijstaan bij de telling van de stemmen;

        Overwegende dat er worden 15 stembriefjes in de stembus worden gevonden waarvan 0 blanco:

        -          Vertegenwoordiger Guy Dumst (2026-2028) bekomt 15 ja-stemmen, 0 neen-stemmen en 0 onthoudingen

        -          Vertegenwoordiger Boudewijn Herbots (2029-2030) bekomt 13 ja-stemmen, 2 neen-stemmen en 0 onthoudingen

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        De convenant houdende de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant wordt goedgekeurd.

        Art. 2:

        De convenant wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar zijnde van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

        Art. 3:

        De gemeenteraad gaat akkoord met een jaarlijkse solidariteitsbijdrage vanaf 2026 aan ERF van 0,20 euro per inwoner op basis van zijn inwonersaantal van 01/01/2025 voor de periode 2026-2031, namelijk 1752,4 euro.

        Art. 4:

        Guy Dumst wordt afgevaardigd als vertegenwoordiger voor de structurele adviescommissie van Erfgoedstichting Vlaams-Brabant voor de periode 2026-2028.

        Boudewijn Herbots wordt afgevaardigd als vertegenwoordiger voor de structurele adviescommissie van Erfgoedstichting Vlaams-Brabant voor de periode 2029-2030.

        Art. 5:

        De burgemeester en de algemeen directeur te machtigen deze convenant te ondertekenen.

        Art.6:

        Een afschrift van dit besluit en het ondertekend toetredingsformulier, zal bezorgd worden aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant, Provincieplein 1 te 3010 Leuven.

    • Openbare Orde, Rust, Veiligheid en Gezondheid

      • Lokale Integrale Veiligheidscel Radicalisering (LIVCR) - oprichting in samenwerking met de stad Landen

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op de wet van 7/12//1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (verder WGP genoemd);

        Gelet op de wet van 30/07/2018 tot oprichting van lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme;

        Gelet op het decreet 22/03/2024 over het Vlaamse beleid voor de preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie;

        Gelet op het decreet van 15/07/2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd;

        Gelet op het besluit van 3/05/2024 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 22/03/2024 over het Vlaamse beleid voor de preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie;

        Gelet op de nota van de Vlaamse Regering (VR 2024 2203 DOC.0354/1BIS) voor decreet van 22/03/2024 over het Vlaamse beleid voor preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie;

        Gelet op de beslissing van het schepencollege d.d. 17/11/2025 houdende de principiële goedkeuring van de oprichting intergemeentelijk LIVC-R: Lokale Integrale Veiligheidscel Radicalisering en samenwerkingsovereenkomst;

        Overwegende dat binnen het federale actieplan Radicalisme drie belangrijke overlegstructuren zijn opgericht:

        • Nationale Taskforce (NTF): dit strategische stuurcomité, onder leiding van het CAD3, staat in voor de verzameling en uitwisseling van informatie onder veiligheids- en inlichtingendiensten;
        • Lokale Taskforce (LTF): op gerechtelijk arrondissementeel niveau georganiseerd veiligheids-overleg in aanwezigheid van lokale en federale politie, inlichtingendiensten, OCAD, mogelijks aangevuld met relevante partners zoals het lokale parket;
        • Lokale Integrale Veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme (LIVC R): lokaal door de burgemeester georganiseerd preventief overlegplatform in aanwezigheid van relevante lokale socio-preventieve partners en het lokaal bestuur (lokale politie, gemeente, OCMW, etc.).

        Overwegende dat de regelgeving LIVCR voorziet dat:

        • Naast de drie verplichte actoren (lokale politie, burgemeester, gemeente) diverse socio-preventieve actoren kunnen deelnemen aan de LIVC R;
        • Deelnemers aan het LIVC R hun beroepsgeheim kunnen doorbreken en, aldus, informatie kan gedeeld worden op de LIVC R (spreekrecht);
        • Alle deelnemers, ongeacht beroepsgeheimhouder of niet, verplicht zijn tot geheimhouding voor de geheimen die tijdens het overleg worden meegedeeld;
        • De finaliteit van het overleg “het voorkomen van terrorisme” is, maar dit volgens de memorie van toelichting van de wet LIVC R breed moet geïnterpreteerd worden tot een zuiver preventief oogmerk ten aanzien van bepaalde misdrijven of een bepaalde problematiek;
        • De socio-preventieve actoren en medewerkers van de gemeente kunnen persoonsgegevens verwerken in hun eigen dossier;

        Overwegende dat de wet en het decreet LIVC R steeds betrekking hebben op de operationele tafel van de LIVCR. De strategische tafel is een optioneel gegeven om de lokale beleidslijnen en beleids-prioriteiten omtrent de samenwerking tussen de stads- en overheidsdiensten op te volgen en, indien nodig, bij te sturen.

        Overwegende dat de wet LIVC R een verplichte deelname voorziet van drie actoren, met name:

        • Burgemeester en/of de door hem aangestelde vertegenwoordiger;
        • Korpschef lokale politie en/of de door hem aangestelde vertegenwoordiger. Concreet is dit de informatie officier van de lokale politie i.c. Stefaan Grammet, HInp. PZ-Getevallei);
        • De coördinator of gemeenteambtenaar die instaat voor de coördinatie, ondersteuning en begeleiding van de verschillende preventiemaatregelen die door de gemeente worden genomen;

        Overwegende dat de LIVC R worden aangevuld met de volgende leden:

        • de personeelsleden van de gemeente of andere diensten die werken op gemeentelijk niveau;
        • de leden van diensten die tot de bevoegdheden van de Vlaamse gemeenschap en gewest behoren en daartoe gemachtigd worden door hun respectievelijke overheden;
        • de lokale besturen binnen de Politiezone PZ-Getevallei voldoen aan de wetgeving;


        Overwegende dat gewelddadige radicalisering in Vlaanderen een algemeen verspreid fenomeen is, zowel in centrumsteden als in kleine plattelandsgemeenten; dat de Vlaamse overheid kan lokale besturen, als ze een invulling geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten voor de lokale regierol, financieel ondersteunen.

        Overwegende dat Zoutleeuw en Landen samen invulling wensen te geven aan de regierol op basis van hun actuele analyse, actieplannen en acties;

        Overwegende dat de 4 Vlaamse beleidsprioriteiten in de meerjarenplanning worden opgenomen en gemarkeerd met de bijhorende rapporteringscodes;

        Overwegende dat de beleidsprioriteiten als volgt zijn: 

        • De lokale besturen voorkomen gewelddadige radicalisering en terrorisme via tijdige detectie en opvolging. Ze nemen initiatieven, doen aan overleg en netwerking om signalen van gewelddadige radicalisering op te merken en er een adequate opvolging aan te geven. Dit zowel online als offline. 
          Rapporteringscode: ABB-RADIC1
        • De lokale besturen werken aan disengagement van geradicaliseerde burgers. Ze leiden hun personeel op om disengagementstrajecten te kunnen begeleiden en ondersteunen. Bij ontbreken van geradicaliseerde personen op het grondgebied, investeren de lokale besturen in een robuuste begeleidingsstructuur. Rapporteringscode : ABB-RADIC2.
        • De gemeente voorkomt gewelddadige radicalisering door de bestrijding van schadelijke polarisatie in de samenleving.
          Mogelijke acties: de lokale besturen vormen eigen personeel tot polarisatiestrateeg, bieden ondersteuning aan lokale organisaties bij (acute) spanningen, investeren in de-escalatietechnieken, vormen hun communicatiemedewerkers om gepast te modereren en te reageren op intimidatie, desinformatie en haatspraak op hun sociale media; 
          Rapporteringscode: ABB-RADIC3.
        • De lokale besturen beschikken over een actieve LIVC R-werking. Een LIVCR wordt als ‘actief’ beschouwd indien er casussen op worden besproken, er betrokkenheid is van de (lokale) socio-preventieve actoren en indien men regelmatig samenkomt.
          Rapporteringscode : ABB-RADIC4.

        Overwegende dat de voorwaarde voor subsidie is dat alle deelnemende lokale besturen in hun strategische meerjarenplanning aangeven op welke wijze ze op het lokale niveau invulling geven aan de 4 doelstellingen; dat het niet noodzakelijk is dat elke gemeente in het samenwerkingsverband afzonderlijk alle doelstellingen invult;

        Overwegende dat de gemeente die unieke acties koppelt aan de externe rapportagecodes (ABB-RADIC1, ABB-RADIC2, ABB-RADIC3, ABB_RADIC4); dat het trekkende bestuur in haar raming van het budget bij de externe rapportagecodes inschrijft : 10.000 euro cofinanciering/jaar;

        Overwegende dat de subsidies 50.000 euro/jaar bedragen;

        Overwegende dat de trekkende stad Zoutleeuw haar meerjarenplanning ten laatste op 15/01/2026 bezorgt via digitale weg aan het Agentschap Binnenlands Bestuur;

        Overwegende dat het trekkende lokaal bestuur Zoutleeuw de subsidie ontvangt, maar via de lokale ILV Noodplanning samenwerkingsovereenkomst middelen zal overmaken naar de andere lokale besturen in het samenwerkingsverband;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        De lokale besturen Landen en Zoutleeuw tekenen samen in op het subsidieproject “Lokale regierol over beleid preventie gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie”.
        De stad Zoutleeuw treedt daarbij op als trekkend lokaal bestuur. Elk deelnemend bestuur geeft, gebaseerd op een actuele omgevingsanalyse, in haar strategische meerjarenplanning aan op welke wijze ze op het lokale niveau invulling geven aan de doelstellingen.

        Art. 2: 

        Het trekkende bestuur Zoutleeuw : 
        -    schrijft in haar raming van het budget bij de externe rapportagecodes minstens een bedrag van 10.000 euro/jaar in
        -    bezorgt haar meerjarenplanning ten laatste op 15 januari 2026 via digitale weg aan het Agentschap Binnenlands Bestuur

        Art. 3 

        De Lokale Integrale Veiligheidscel Radicalisering (LIVCR) wordt door de lokale besturen Landen en Zoutleeuw opgericht vanuit de Interlokale vereniging Noodplanning en Crisisbeheer en met twee overlegstructuren :
        -    één operationele tafel per lokaal bestuur voorgezeten door de resp. burgemeesters 
        -    één gemeenschappelijke strategische tafel binnen de politiezone PZ-Getevallei;
        en ondertekenen hiertoe de LIVCR Samenwerkingsovereenkomst.  


        Art.4:

        De burgemeesters van de deelnemende lokale besturen stellen de respectievelijke leden van de operationele- en strategische LIVCR tafel aan.  


        Art. 5:

        Onderhavige beslissing bekend te maken volgens de wettelijke bepalingen.

      • Politieverordening houdende een verbod op bezit en afsteken van vuurwerk op het grondgebied van Zoutleeuw - bekrachtiging

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1 dat stelt dat de burgemeester in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de bewoners politieverordeningen kan maken, en artikel 135 § 2 dat stelt dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om in het belang van de openbare veiligheid en gezondheid uiteenlopende maatregelen te nemen;

        Gelet op de politieverordening bij hoogdringendheid door de burgemeester d.d. 04/12/2025 houdende verbod op het bezit en afsteken van vuurwerk;

        Overwegende dat politieverordeningen door de burgemeester bekrachtigd moeten worden in de e.v. gemeenteraad;

        Overwegende dat de politieverordening voldoet aan de voorwaarden van artikelen 134§1 en 135 NGW;

        Overwegende dat ieder jaar met de eindejaarsperiode heel wat leed veroorzaakt wordt door het afschieten van vuurwerk;

        Overwegende dat het de intentie is van het politiecollege om de politiecodex dienaangaande aan te passen;

        Overwegende dat niet tot de gemeenteraad van 30/12/2025 kon gewacht worden om de politieverordening m.b.t. het verbod op bezit en afsteken van vuurwerk op het grondgebied te stemmen;

        Overwegende dat een politieverordening door de burgemeester een tijdelijke maatregel is en derhalve dient te worden beperkt in tijd;

        Dat het aangewezen is de verordening te laten lopen tot en met 04/01/2026;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:

        De politieverordening van de burgemeester d.d. 04/12/2025 betreffende een verbod op bezit en afsteken van vuurwerk op het grondgebied van Zoutleeuw te bekrachtigen.

        Art. 2 :

        De politieverordening van de burgemeester d.d. 04/12/2025 geldt tot en met 04/01/2026.

        Art. 3 :

        Onderhavige beslissing bekend te maken krachtens de wettelijke bepalingen.

    • Openbare werken en infrastructuur

      • Aquafin project RWZI Melkwezer aanbestedingsdossier

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, BS 09.05.2017 (KB Plaatsing);
        Gelet op het Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
        Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies en latere wijzigingen;
        Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, zoals gewijzigd door het KB van 22 juni 2017, BS 27 juni 2017 (KB Uitvoering);
        Gelet op het standaardbestek 250 versie 4.1 en de documenten waarnaar in dit standaardbestek verwezen wordt;
        Gelet op de afwijkingen in het Standaardbestek op de volgende artikelen van het KB Uitvoering: - artikel 76 (Uitvoeringstermijn) - artikel 82, §2 (Tegenproeven) - artikel 95 (Betalingen);
        Gelet op de raming opgemaakt door Aquafin;

        Overwegende de project “Verbindingsriolering RWZI Melkwezer” in Zoutleeuw is een bovengemeentelijk rioleringsproject van Aquafin dat kadert in het optimalisatieprogramma voor waterzuivering;
        Overwegende dat er momenteel nog ongezuiverd afvalwater van ongeveer 290 inwoners nog in de waterlopen stroomt, wat zorgt voor milieuvervuiling en verhoogde kans op wateroverlast;
        Overwegende dat het doel van dit project is om alle afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Zoutleeuw te brengen en regenwater apart af te voeren;
        Overwegende dat de Wezersebaan en de Oude kassei na de rioleringswerken een nieuwe bovenbouw krijgen;
        Overwegend dat de fietsoversteek van de F21 met de Steenweg volledig wordt vernieuwd en volledig gefinancierd zal worden met subsidies via de provincie;
        Overwegend dat de projectzone zich uitstrekt over het grondgebied Linter en Zoutleeuw namelijk Groenstraat, Galerijstraat, Stationstraat, Steenweg op Melkwezer, Steenweg en Oude Kassei;
        Overwegend dat er in totaal 8.438lm riolering zal geplaatst worden en 937 lopende meter grachten;
        Overwegende dat naast de wettelijke en reglementaire voorschriften de technische bepalingen van het standaardbestek 250 voor de wegenbouw versie 4.1 van april 2019 gevolgd worden;
        Overwegende dat de uitgaven voor de stad Zoutleeuw voor deze opdracht voorzien zijn onder jaarbudgetrekening BP 2026-2031-0/BD4AP2A17/0200-00/2240007/STAD/CBS/IP-GEEN/U/0 deels in 2026 en deels in 2027;;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Ilse Beelen, Guy Dumst, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, Guy Vansimpsen, Sandra Blockx
        Voorstanders: Guy Dumst, Ilse Beelen, Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        BESLUIT:

        Artikel 1:
        Akkoord te gaan met de werken  Verbindingsriolering Melkwezer' in opdracht van Aquafin.

        Art 2:
        Het aandeel van de stad in de werken ten bedrage van 335.147,68 euro, excl BTW goed te keuren.

        Art. 3 :
        De werken ten laste van de stad ter hoogte van de kruising fietssnelweg op de Steenweg ten bedrage van 127.902,82 euro, excl. BTW goed te keuren en de subsidies hiervoor aan te vragen.

        Art. 4 :

        Onderhavige beslissing bekend te maken krachtens de wettelijke bepalingen.

    • Vragen van raadsleden

      • Vragen van raadsleden

        Aanwezig: Ilse Beelen, voorzitter
        Guy Dumst, burgemeester
        Etienne Wouters, Annita Reniers, Raf Lambeets, Dries Matterne, Carine Winnen, Anne Cooremans, Annelies Galand, Jelle Daniels, Leen Arnauts, Ine Wanten, Michiel Delmel, Heide Hermann, Lowie Pierards, raadsleden
        Guy Vansimpsen, plv. algemeen directeur
        Sandra Blockx, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Boudewijn Herbots, Carl Kempeneers, Elien Smeesters, Annemie Humblet, raadsleden

        BESLUIT:

        Er waren geen vragen van raadsleden.

De voorzitter sluit de zitting op 30/12/2025 om 21:49.